dinsdag 31 maart 2009

Gtkt

Ik ben getikt. Getagd. Getag-ged? Met net zo'n vragenlijstje als in het vriendenboekje van Bo. Waar ik maar even in ben gaan bladeren, om inspiratie op te doen. Op de vraag ‘Welke 3 dingen neem je mee naar een onbewoond eiland?’ had een meisje geantwoord: een appel, een boek en mama.
Wetende dat ik nooit zo’n leuk antwoord zal kunnen geven,
hier die van mij:

Mijn obsessie?
Momenteel de zoektocht naar het goeie zwarte colbert. Nergens te vinden. Niet bij H&M. Niet bij Vera Moda. Moet ik nou echt bij de..... C&A gaan kijken?
Wat draag ik?
Een jurk met korte mouwen. En kippenvel. (Het zou lente worden, zeiden ze.)
Doe ik vaak een dutje?

Nee.
Wie heb ik voor het laatst een knuffel gegeven?
Loïs. Nadat ik haar net uit mijn bureaula viste.
Wat eten we vanavond?
Geen idee, oma kookt vandaag. (Het is dinsdag!!)
Wat zou ik willen veranderen?

Mijn uitzicht.
Wat heb ik het laatst gekocht?
Vraag me dat vanavond nog eens? (Het is dinsdag!)
Waar luister ik naar?

Naar het ruisen van de ventilator in mijn computer.
Welk weertype is mijn favoriet?

Hoogzomer. Plakkerig heet. Van dat weer waarbij je aan het eind van de middag, ergens onder een boom koude witte wijn gaat drinken. Of prosecco. Dus eh...het koude-witte-wijn-weertype.
Hoe laat sta ik op?
7 uur
Wat zeg ik tegen de persoon die mij getagged heeft?
Hoi Mamarije!
Met wie zou ik wel een dagje willen ruilen?

Met Floortje-Dessing-op-een-boot.
Welke film kan ik keer op keer bekijken?
Lost in Translation
Wat lees ik momenteel?
(Net uit, eigenlijk) Het Diner van Herman Koch.
Waar beleef ik plezier aan maar geeft me ook een schuldgevoel?
Bloggen als ik eigenlijk moet werken.
Wat is het landschap van mijn gedachten?
Wat is dit voor diep-filosofische vraag ineens? O, u bedoelt gewoon het landschap? Van mijn gedachten? Nou, doe maar iets met zee. Wit strand, palmbomen. Een vulkaan in de verte.
Mijn motto?
Weet je wat ik graag zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn! Ik weet het niet. Geen motto geloof ik.
Welke vaardigheid zou ik willen hebben?
Iemand spontaan een zoen op zijn of haar wang geven, zonder dat die in een oog of oor belandt. Dát zou ik wel willen kunnen.
Waar wacht ik op?
Op het moment dat Bo en Merlijn niet meer in Sinterklaas geloven.
Aan wie heb ik het laatst een compliment gegeven?
Aan Loïs. Toen ze gepoept had, vrees ik.
Wat is het laatste compliment dat ik heb gekregen?

Ehm. Eh. Moet over mijn haar zijn geweest. (Ik heb nieuw haar, sinds vorige week.)

Ik tik Natasja en Soes. Mét de bonusvraag: Welke 3 dingen zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

zondag 29 maart 2009

Helden

Een paar dagen geleden schreef ik doodleuk over mijn droom om in een watertoren te wonen. En aansluitend sloeg ik serieus aan het fantaseren over een dakterras dat daar dan nog wel gerealiseerd moest worden.

Ik was zeker éven vergeten dat ik hoogtevrees heb. Sinds ik moeder ben.
Of, hoogtevrees......het is meer een angst dat mijn kinderen van grote hoogte te pletter vallen, die zich manifesteert als hoogtevrees. Als ik alleen op een balkon op de achtste verdieping sta, of op de tweede trans van de Eiffeltoren, dan is er niets aan de hand. Maar sta ik er met mijn kinderen, dan word ik duizelig en breekt het klamme zweet me uit.
En waar mensen met (solo-)hoogtevrees het gevoel hebben door een onzichtbare kracht naar de rand getrokken te worden en te moeten springen, zo ben ik dan bang dat ik mijn kind over de rand duw.
Het ergst heb ik het met een baby op de arm. Iets dwingt me dan het kindje boven de afgrond te hangen en het los te laten. De strijd die dat in mijn binnenste teweegbrengt is misselijkmakend en verlamt mijn ledematen. Vréselijk.
Ik ben zelfs laatst, toen we om een niet nader te noemen reden op een galerij op tien (!) hoog op iemand moesten wachten, uit pure ellende met Loïs op de grond gaan zitten. De meewarige blikken van de rest van mijn gezin voor lief nemend.

Maar zoals ik al zei, dat was ik blijkbaar even vergeten.
Nou, sinds gisteren weet ik het weer, hoor.
We waren op een open dag in het gloednieuwe schoolgebouw waar Henk werkt.
Alwaar tegenwoordig alle opleidingen bij elkaar zitten. Dus Kunst en Media zit zomaar ineens naast Horeca. En tegenover Sport.
En die sportgozers, die hadden dus bedacht dat het wel leuk was voor de kinderen van de medewerkers, om een tokkelbaan te spannen. Van bovenin het gebouw aan de ene kant, helemaal naar de andere kant, in de diepte.
Bo en Merlijn leek dat wel wat, natuurlijk.
Ze sloten aan in de rij en ik keek zo eens wat geïnteresseerd naar een paar andere kindjes die al langs de kabel naar beneden roetsjten.
Helemaal leuk vond ik het.
Totdat Bo aan de beurt was.
Vanaf het moment dat ze, met haar helmpje op en haar harnasje aan, op het plateau moest klimmen, voelde ik de grond onder mijn voeten verdwijnen.
‘Nee!’ wilde ik roepen, ‘Nee, kom daar onmiddellijk weer af!’
Maar ik kon me inhouden, omdat ik net op tijd zag dat ze gezekerd zat met een klimhaak. En omdat ik mezelf krampachtig dwong te concentreren op het maken van de juiste foto op het juiste moment.
Daar ging ze.
Cool!
En Merlijn? Die durfde ook.
Helden zijn we ze!

vrijdag 27 maart 2009

Luchtkasteel



Zij slingerde gisteren de volgende vraag het internet op: ‘Waar en in welk huis zou je willen wonen, als geld – tot op zekere hoogte - geen issue was?’

Nou, ik weet het wel.
Vanaf de eerste dag dat ik naar Groningen kwam (20 jaar geleden, als groen studentje) was ik helemaal verliefd op een van de watertorens hier. Die aan de Noorderbinnensingel.
Als ik daar nou eens mijn huis van kon maken! Stel je voor, helemaal boven in de lucht wonen - zonder onderburen - met uitzicht naar alle windrichtingen, over de hele stad!
Van tijd tot tijd lag ik op mijn rug in het plantsoen en staarde naar mijn toren. En fantaseerde. Over waar ik de slaapkamer zou maken (daar boven natuurlijk, in de witte torenkamer). Enover hoe groot het binnen eigenlijk zou zijn, want dat is moeilijk inschatten vanaf beneden. Ik zou er geen kamers in maken, maar het gewoon één grote ronde ruimte laten. Wel met een of meer verdiepingen, door middel van vides. En een lift moest er natuurlijk komen. Of zat die er al?
Ik fantaseerde dat de gemeente, die ik het eigendom van de toren had toegeschreven, hem wel aan mij zou willen verkopen, voor een symbolisch bedrag van, zeg, 1 gulden.
Omdat ik zo’n mooi plan had. En omdat het heel goed was dat dat mooie bouwwerk, die blikvanger van de stad, werd opgeknapt en behouden bleef voor de toekomst.
Vervolgens bedacht ik dan wat een ongelofelijke klus het zou zijn om de toren te verbouwen. Op die hoogte. Ik bedoel: je zet er niet even een steigertje omheen. Dus hoe dat dan moest?

Ik kwam natuurlijk nooit echt verder dan op mijn rug liggend fantaseren. Nooit heb ik iets ondernomen, of zelfs maar informatie opgevraagd. Want ik was er namelijk van overtuigd dat het helemaal niet kon, wonen in een watertoren. Omdat iemand die er verstand van had (dacht ik) me dat eens had verteld, toen ik hem deelgenoot maakte van mijn droom. (‘Nee joh, dat kan helemaal niet, want blabla... waterketel binnen ..blabla... weetnietmeer.’)
Een teleurstelling die tegelijkertijd een opluchting inhield, want goed, ik zou er dus niet kunnen wonen, maar iemand anders ook niet.

Maar wat las ik nu ineens, afgelopen zomer? Op het Volkskrantblog notabene? Ik heb het weer even opgezocht:

Op 22 juni 2008 is de watertoren aan de Noorderbinnensingel in Groningen gekraakt door de 'kraakgroep Luchtkasteel'. Zij zijn van plan om in de toren woonruimte en expositieruimte voor kunstenaars te realiseren.

What the f*ck!?

Expositieruimte? Wóónruimte?
HÁLLO!....mijn huis!!

donderdag 26 maart 2009

Schrik en opluchting

Het kan zomaar gebeuren dat je op een gewone donderdagochtend ineens op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis zit, terwijl de tranen van angst over je wangen stromen.

Henk bleef een dagje thuis vandaag, omdat hij zich niet helemaal goed voelde, en ik zag hierdoor mijn kans schoon om even alleen (lees: zonder baby in wandelwagen) naar de kapper te gaan. Op de terugweg stopte ik ook nog even bij de drogist voor luierdoekjes, shampoo en een badeend en toen ik net weer op de fiets zat ging mijn telefoon. Het was Henk. Of ik snel kon komen, want Loïs was van het bed gevallen en hij vertrouwde het niet. “WAT!” riep ik en klapte meteen mijn telefoon weer dicht om met twee handen aan het stuur naar huis te sprinten.
Ik kwam binnen en zag ons meisje met een spierwit gezichtje in de box liggen.
Dit was inderdaad niet goed, nee. Ik pakte haar op en we stapten onmiddellijk in de auto. Waar ze vreselijk begon over te geven. Nee, dit was echt niet goed. Tijdens de hele autorit had ik maar één gedachte, die zich als een mantra bleef herhalen: ‘O mijn god, laat haar niet stuk zijn, laat haar niet stuk zijn, laat haar niet stuk zijn’.
Gelukkig wonen we niet ver van het ziekenhuis en binnen 10 minuten stonden we al op de eerste hulp, waar we direct werden geholpen door een handvol medisch personeel en later ook een kinderneuroloog.
Ik mocht Loïs op de onderzoekstafel leggen. Ze had nog steeds die akelige grijzige gelaatskleur, gaapte onophoudelijk. En wat ik het engste vond: ze was héél stil. Ze keek me aan met haar grote blauwe ogen, maar zei niks. Terwijl ze normaal gesproken constant brabbelgeluidjes maakt. En beweeglijk is. Dingen probeert te pakken. Doorlopend laat zien wat ze allemaal al kan (in haar handjes klappen, zwaaien, handkusjes geven). Apathisch: ik begreep voor het eerst echt de betekenis van dat woord. Ze was er wel, maar het leek alsof ze niet aan stond.

Henk was helemaal de kluts kwijt: hij moest naar de balie om de gegevens van Loïs in te vullen, maar kwam terug om aan mij te vragen wat ook alweer haar geboortedatum was. Informatie die hij normaal gesproken echt wel paraat heeft.
Ik zag zijn paniek en wist hoe hij zich voelde. (Want ik moet opbiechten dat zowel Bo als Merlijn als baby óók allebei een keer van het bed zijn gerold. Onder mijn toeziend oog. En hoewel er beide keren niets aan de hand was, voelde ik me zó ellendig, zó schuldig. En wat ik ook nog weet is dat Henk toen heel lief was voor me, dat hij tegen me zei dat het iedereen had kunnen overkomen, enzovoort. Iets dat ik vandaag, op mijn beurt, niet kon opbrengen. Later wel, maar niet meteen. Eigenlijk best shocking.)

Enfin. Net toen de neuroloog de kamer uit was gegaan om te overleggen of er een scan gemaakt moest worden, zo’n drie kwartier nadat we in het ziekenhuis waren gekomen, kwam plotseling de kleur in het gezichtje terug. We zagen het alledrie tegelijk gebeuren: Henk, de co-assistent en ik. En onmiddellijk begon ze te spelen met het hartslagsnoertje dat aan haar teen vast zat. “Dadadadadaa,” zei ze.
Een amazing recovery.
Wat het nou geweest is? Een lichte hersenschudding? Misschien, misschien niet eens. Ze heeft zich waarschijnlijk ‘gewoon’ een tijdje heel naar gevoeld, van schrik, en/of pijn (maar waar?). Hoe dan ook, even later mochten we haar gewoon weer meenemen. Mits we beloofden goed op haar te letten en terug te komen als ze weer suffig zou worden, of weer zou overgeven. Ja, wat denkt u.

Dus veegden we onze tranen af, kleedden het kindje aan en vertrokken immens opgelucht naar huis. (Maar niet nadat we nog even een foto hadden gemaakt. Je bent blogger of je bent het niet, tenslotte.)

woensdag 25 maart 2009

Novy travels abroad



Ziehier mijn favoriete statcounter-gadget: de Recent Visitor Map.
Waar zo leuk op te zien is waar men overal mijn blog leest. Dat dat niet alleen in Nederland en België is, maar ook in landen waar ik nooit een voet aan wal heb gezet. In Slovenië bijvoorbeeld. En in Canada. Kijk, zo kom ik toch nog eens ergens!
Een beetje jammer, voor het evenwicht in het plaatje, is dat mijn trouwe lezer(es?) in Auckland, Nieuw-Zeeland is afgehaakt. En dat ik waarschijnlijk nooit zal weten how come.
Die punaise daar links, midden in de Stille Oceaan, wijst trouwens niet naar de een of andere rijke stinkerd op een cruiseschip, maar naar mijn zus op een eiland. Die zelf ook een weblog heeft. Wat zeg ik, twee zelfs. En nu ik het er toch over heb, daar mag wel weer eens een nieuw stukje op verschijnen! Hup, sis, schrijf eens wat! Klim in je pen! Ik wil Hawaïaanse avonturen!
(Waarmee heb je het eigenlijk zo druk daar? Met kokosnoten ontwijken?)




Edit vrijdag 27 maart 7:46 AM. Mag ik aan u voorstellen, mijn lezer in Peru:

And we have a winner!

Net als ik denk dat ik het subject van mijn gevederde nachtmerrie (het arme beest is in mijn fantasie steeds enger geworden) wel nooit zal achterhalen, landt er een nieuwe reactie in mijn mailbox. Met een link. Waar ik meteen gretig op klik.
En....
Jaaaah! Dat is hem! Mijn vogel!
Rode poten, oranje mascara ogen!
Het is een...nijlgans! Oftewel Egyptian Goose, Alopochen aegyptiacus.
Die, zoals op een vogelsite staat te lezen: ‘ tegenwoordig in Nederland op veel plaatsten te zien is (nou, niet in mijn buurt hoor) maar van oorsprong hier niet thuis hoort (ziet u wel?). Het zijn dieren die in Afrika leven in waterrijke gebieden, zoals in Egypte langs de Nijl. Lang geleden al zijn ze als siervogel ontdekt en zo in Nederland in volières (kijk, daar is mijn volière) terechtgekomen. Doordat er exemplaren zijn ontsnapt en/of losgelaten is de nijlgans in de vrije natuur beland. Ook de nijlganzen in safaripark Beekse Bergen (zei ik het niet, dierentuin?) zijn er op eigen houtje neergestreken.’





Gewebkijk, bedankt! De badeend komt naar je toe.

maandag 23 maart 2009

Prijsvraag

Waar is je camera als je hem haar nodig hebt!!!???
Ik reed vanmiddag, nadat we Merlijn hadden opgehaald van een vriendje, met de auto langs een woonwijk, toen ik plotseling op de rem moest.
Omdat er een vogel overstak.
Van het trottoir aan de rechterkant van de weg waggelde hij richting de vijver, aan de linkerkant van de weg.
Het was een...vréémde vogel. Een soort eend, maar dan anders. Groter. En nee, geen gans. Nou ben ik totaal niet ornithologisch onderlegd, maar een ding wist ik zeker: een vogel als deze had ik nooit eerder gezien.
Hij had rode poten. Echt roodrood. Bloedrood. Zeker niet oranje-rood. De kleur van zijn snavel weet ik niet meer. Ook rood?
Maar dan: oranje ogen! Fel oranje ogen! Of oranje mascara, dat kan ook. Of nee, dat kan natuurlijk juist niet, maar daar leek het nog het meest op.
Heel langzaam liep hij, vreemd stappend op die rode poten, terwijl hij mij strak aan bleef kijken, met zijn kop zo schuin omhoog gekanteld, een beetje smiechterig. Het was bevreemdend. Unheimisch, zelfs.
‘Wat. is. dat. voor. een. beest..’ hijgde ik tegen de kinderen. Die hem ook raar vonden. En eng. Of misschien zeiden ze dat gewoon, om mij bij te vallen. Hoe dan ook, ík kreeg er de kriebels van.
Was het een tropische vogel?
En wat deed die dan hier?
Was hij verdwaald?
Door de storm opgetild uit de dierentuin en naar hier gewaaid?
Ontsnapt uit iemands mega-volière?
Was het een gemuteerde eend?
Moest ik de politie bellen? Of beter de krant?
Enigszins in de war reed ik door naar huis. Alwaar we meteen aan het googlen sloegen. Zonder resultaat.
Zwemvogel. Rode poten. Eend. Soort eend. Grote eend. Eend met oranje wimpers. Oranje ogen. Grote vogel. Gans. Griezelige loopvogel. En dit dan in alle mogelijke combinaties. Niets. Afbeeldingen gezocht bij deze omschrijving. Niets. Niets wat leek op mijn creepy paradijsgans.
Dus.
Daarom schrijf ik deze prijsvraag uit. Degene die mij kan vertellen wat ik in 's hemelsnaam heb gezien vanmiddag, het liefst met (een link naar een) illustratie, wint. Een..eh..badeend.

zondag 22 maart 2009

Boekeloelie


De allerliefste opa van de hele wereld zou dit jaar 111 zijn geworden, als hij nog geleefd had. Wat natuurlijk niet zo is. (Stel je voor, hónderdenélf!) Nee, de allerliefste opa van de wereld overleed in 1986, toen hij 88 was en ik 15.
Omdat hij een paar honderd kilometer van ons vandaan woonde zagen we hem niet zo vaak, maar de laatste jaren van zijn leven belde ik hem iedere vrijdag op.

Zo’n telefoongesprek verliep altijd volgens een vast patroon. Opa nam op, mompelde ‘een momentje’ in de hoorn en legde deze vervolgens met veel gestommel op tafel. Intussen stond hij dan op en gooide een kleedje over de vogelkooi, om zijn twee lawaaiige parkieten - een blauwe en een groene - de snavel te snoeren. Want anders was er geen gesprek mogelijk. En als hij dan, na een paar minuten, terug aan de lijn kwam en ik vroeg ‘Hoe gaat het ermee, opa?’ antwoordde hij altijd: ‘Goedgoed!’

Goedgoed.
Mooi he? Niks klagende bejaarde. Hij zal heus ook zo zijn pijntjes en mindere dagen gehad hebben, hij was tenslotte oud en alleen, maar altijd riep hij vrolijk: ‘Goedgoed!’
Zondermeer.
Hoewel....soms voegde hij er iets aan toe.
Dan kwam er nog iets achteraan.
Volgde er een ‘maar’.

'Maar gisteren kreeg ik weer van die boekeloelie'.

Kunt u het zich nog herinneren? De introductie van de broccoli in Nederland? Dat er ineens een nieuwe groente in de winkels lag, een raar soort groene bloemkool?
Het werd indertijd zelfs groots aangekondigd in de kranten en op het journaal, ik weet het nog precies. (Zo staat me de komst van de courgette en de aubergine ook nog helder voor de geest.)

Voor mijn opa was het een drama. De arme man. Dacht dat ie alles had gezien, dat het leven geen nieuwe dingen meer voor hem in petto had - althans geen dingen waar hij nog iets mee moest - en dan was daar ineens die boekeloelie. Die regelmatig nog heel dichtbij kwam ook, namelijk voor zijn neus op zijn bord, want opa woonde in een bejaardentehuis en kreeg daar te eten wat de pot schafte. En die pot schafte opmerkelijk vaak broccoli.

Opa begreep er niets van. Waarom moest hij dat nou eten? En zo vaak? Waar had hij dat aan verdiend? Wat was er plotseling mis met sperziebonen en spinazie? Hij was er van overtuigd: er was een boekeloelie-complot gaande, tegen hem.
Ik weet niet of het nou alleen was omdat hij het niet kende, of omdat hij het gewoon echt niet lekker vond (misschien lag het wel aan de manier van bereiden, werd het geserveerd met zo’n vieze klodder kaassaus uit een pakje?), maar hij at het niet op. Hij vertikte het, liet het gewoon liggen. Een werkelijke daad van verzet, want tot dan toe had hij altijd zijn bord leeg gegeten. Zoals dat hoorde.

Wij vonden het natuurlijk reuze grappig. (‘Opa, het is broccoli. Broc-co-li.’) Maar eerlijk gezegd ben ik er zelf ook niet zo dol op. Geloof ik. Ik koop het namelijk nooit. Of is het misschien een onbewust eerbetoon?

woensdag 18 maart 2009

Geen woord teveel

Het wordt hier zo langzamerhand een soort 'Bo en Merlijn'- slapstick, maar so be it; dat is ons dagelijkse échte leven ook.
Er was weer eens post gekomen voor Merlijn. Van oma ditmaal. Een envelop met daarin zijn (stoere, jongens-) armbandje, dat hij was vergeten de laatste keer dat we daar waren. Nu wilde hij oma een bedankbriefje sturen en Bo moest hem daarbij helpen.

“Goed. Ehm...zal ik schrijven.... Lieve oma, bedankt voor het opsturen van mijn armbandje?”
“Nee, nee, ik wil Hallo oma. Bedankt dat je mijn armbandje hebt gevonden. En opgestuurd. Ik ben op school het kindje van de week en dat is heel erg leuk. En ik heb een losse tand.”
“Nee hoor, dat is veel te lang. Ik doe wel gewoon Hallo oma, bedankt voor het armbandje.”
“Nee, dat van mijn losse tand moet er ook in.”
“Nou, dan doe je het zelf maar.”
“Ik kan toch nog niet schrijven!”

Op dit punt in de onderhandeling vertrok ik naar boven.
Een half uur later verschenen beide kinderen aan mijn werktafel met een zelf geknutseld envelopje en de vraag of ik het adres er even op kon schrijven. En of ik een postzegel had.
Ik kon het natuurlijk niet laten en trok het briefje tevoorschijn. Ik las:

Van Merlijn
hallo oma
bedankt


Uh? Ik draaide het briefje om. Misschien stond er nog iets op de achterkant?
Nee, dit was alles. Vragend keek ik naar Bo.
“Ja, nou,” zei ze, “zo vond ik het wel goed.”

Mijn dochter heeft het al vroeg in de smiezen:
- Less is more.
- Schrijven is schrappen.
- Wie de pen heeft, bezit de macht.

Tweeëneenhalf uur in Tibet

Gisteren was 7 Years in Tibet op tv. En nou lag het ongetwijfeld aan mij, maar ik vond de film niet heel geweldig. Ik vond hem nogal langdradig en het verhaal sleepte me nauwelijks mee. Zelfs Brad Pitt deed het niet voor me. (Kwam het door het snorretje? Het Oostenrijks-geblondeerde haar? Het Duitse accent?)

Dat ik toch ben blijven kijken, was voor de beelden van Tibet.
Wat een mooi land. Wat een overweldigende natuur, wat een bijzonder volk.
En wat een rotsreken haalt China daar uit, nog steeds!
Ik las vandaag dat er in Tibet, op het laten zien of het zelfs maar in bezit hebben van de Tibetaanse vlag, 2 jaar gevangenisstraf staat. Daarom ook al vloekt ie nogal bij de kleur van mijn blogachtergrond toon ik hem nu even hier:



Steun Tibet

maandag 16 maart 2009

Maandagochtend

In het verlengde van mijn antwoord op de reacties die ik kreeg naar aanleiding van mijn tekeningen, vroeg ik Bo en Merlijn om zelf ook nog eens hun droom op papier te zetten.
Waarop Bo onmiddellijk naar haar viltstiften greep....



......en Merlijn besloot mijn monster 'toch eigenlijk best heel goed' te vinden. De goochemerd/luiaard.

Nog meer leuks van Merlijn?
Zeker wel.
Gisteren, aan het eind van de middag: “Mam, mag ik bij de buren eten? Daar eten ze spruitjes.”
En vanmorgen, mij wakker schuddend: “Ik denk dat Bo uit haar bed is gevallen, want ze ligt er niet meer in.”
Ik: “Ligt ze ernáást, dan?”
Hij: “Oh.. ik zal even kijken.”

zondag 15 maart 2009

Zondagochtend

Merlijn had een zeemonster gevangen, in de vijver van het plantsoen.
En hij bewaarde het monster thuis, in het bad.
Maar waarschijnlijk zat de stop er niet goed in, want plotseling klonk het SSSSLLURRRRRRRP en toen Merlijn ging kijken zag hij het monster in het afvoerputje verdwijnen; alleen zijn staart stak nog naar buiten.

Bo had gedroomd over een vlinder, een lichtgevende vlinder, die zomaar uit een muur was gekomen.
De vlinder was zo mooi, zo mooi! En toen trapte Merlijn hem dood.
“Dat zou ik toch nooit doen!?" riep Merlijn verontwaardigd.
“Nee dat zou hij toch nooit doen!?" riepen Henk en ik.
Dat was waar.

En of ik na het ontbijt dan even hun dromen kon tekenen.
Wat? Tekenen? Ik?
Ja hoor, túúrlijk.
Want tekenen, moet u weten, is echt mijn ding.
Not.

donderdag 12 maart 2009

Ete...eh...etymologie

Loïs’ eerste woordje is een feit.
‘Eten’.
It figures. We hebben niet voor niets dezelfde bloedgroep natuurlijk.

Ik vroeg: “Zal ik een boterhammetje voor je maken? Heb je zin om wat te eten?”
Waarop ze instemmend knikte en sprak: “Ete.”
En daarna heeft ze het nog zeker tien keer gezegd, telkens als ik een nieuw stukje brood in haar snaveltje wilde duwen.
Dan is het echt een woord hè.
Als het ergens naar verwijst.
En steeds naar hetzelfde.
(...)
Want ze zegt namelijk ook al tijden ‘mama’, maar dat zal ik eerlijkheidshalve maar beschouwen als gebrabbel. Omdat het volstrekt onduidelijk is of ze mij daarmee bedoelt. Sterker, ik weet eigenlijk wel zeker van niet. Als je het mij vraagt bedoelt ze gewoon: ‘Hoor eens, ik zeur’.

Hee..! Zou ‘mama’ dat misschien betekenen..? Van oudsher?

dinsdag 10 maart 2009

Five f*cking minutes of fame!

Iemand tipte me. ‘Weet je dat Giel jouw blog-stukje heeft voorgelezen? Vanmorgen in zijn show?’

WAT!!??

Het was echt zo. Om vijf voor half zeven. Hardly primetime, en ik sliep dan ook nog. Duh. Maar gelukkig is het tegenwoordig mogelijk om bijna alles wat je gemist hebt aan beeld en geluid alsnog tot je te nemen, via internet. (Ik zeg: wat een uitvinding!)

Hilarisch was het. En Jurgen zelf was ook in da house.
Luister hier:

Op circus of: De hemel die Ikea heet

Zij houdt niet zo van de Ikea, maar ik wel. Elke dinsdagmiddag ben ik er te vinden, zo tussen vier en vijf. Nadat ik mijn dochter naar het kindercircus heb gebracht en voor ik haar weer ophaal.
Bo is lid van het kindercircus. Oftewel: ze zit op circus. (Want zo zeg je dat. Je zit op voetbal, op ballet, of op circus. Ons buurmeisje zit op viool.) Misschien moet ik er maar eens een apart stukje aan wijden, aan dat kindercircus. Want o, o, wat is dat leuk. Dan kom ik aan het eind van de les binnen, en dan zie ik mijn kind op een bal lopen. Of (bijna) op een eenwieler fietsen. Of op haar kop aan de trapeze hangen. Of een flikflak doen. Een flikflak! Ik bedoel maar.

Maar goed, waar was ik. Oja, bij de Ikea. Want die zit op steenworp afstand van het circus. En ons huis is veel verder weg. Het loont de moeite niet om tussendoor naar huis te gaan. Want zo gauw ik daar dan ben is het alweer tijd om te vertrekken. Dus wat doe ik dan? Inderdaad, ik duik de Ikea in. Alléén, welteverstaan. Want op dinsdagmiddag past oma op Loïs en Merlijn. In ons huis. En vouwt daar meteen 3 manden wasgoed weg én zorgt voor het eten. Zodat, als Bo en ik tegen zessen thuiskomen, ik niet ook nog eens hoef te koken. Goud waard, ik zweer het.

Mijn wekelijkse uurtje in de Ikea is inmiddels echt van levensbelang geworden. Het is pure therapie. Yoga, maar dan beter.
Soms koop ik iets. Een knoflookpers of een fotolijstje. Spaarlampen. Batterijen. Maar meestal koop ik niets. Dan haal ik alleen een bekertje gratis cappuccino met mijn family-card en ga aan zo’n tafeltje zitten. En kijk naar de mensen die hotdogs eten. En naar andere mensen die langs komen met karren vol Billy’s en Bestå's en Stockholms.
Soms bel ik een vriendin. Of sms wat heen en weer, met een andere vriendin.
Maar vooral kom ik helemaal tot rust. Word ik helemaal zen. Want ik hoef niets te doen. Ik kán niet eens iets doen. Er zeurt niemand aan mijn kop. Ik hoef geen ruzies te sussen, geen neuzen af te vegen. En ik weet gelukkig nog niet hoe ik logjes kan verzenden met mijn mobiele telefoon.
Ik zit daar gewoon, ultiem tevreden. Dus als u straks, of op een andere dinsdag, tussen vier en vijf in de Ikea in Groningen bent en u ziet iemand onnozel glimlachend aan een tafeltje zitten, dat ben ik.
U mag me aanspreken, maar liever niet.

maandag 9 maart 2009

Jurgen van den Berg

Ik ben verliefd.
Op Jurgen van den Berg.
U weet wel, de nieuwsman in de ochtendprogramma’s van 3FM.
Nu heb ik geen idee hoe Jurgen van den Berg eruit ziet, hoor. Ik sta af en toe wel op het punt om hem te googlen, maar ik doe het nooit. Stel je voor dat hij heel dik is, bruine aanslag op zijn tanden heeft of een jampotbril heel anders is dan het beeld dat ik van hem heb.
Dat weet ik liever niet.

Eigenlijk is het dus beter te stellen dat ik verliefd ben op de stém van Jurgen van den Berg.
En op wat hij zegt met die stem. De grapjes die hij maakt, zijn droge humor. Het ingehouden lachen dat ik achter zijn woorden hoor, soms. Waardoor ik weet wat hij denkt, ook al kan hij het niet hardop zeggen.
Dat is wat zijn stem zo woest aantrekkelijk maakt: dat grappige, en tegelijk dat serieuze. Want hij blijft natuurlijk nieuwslezer hè. Dat moet met een zekere ernst.

Ik hoor het ook altijd meteen als er iets mis is. Als hij niet lekker in zijn vel zit, Jurgen.
Dat krijg je, als je iemand al zo lang kent.
Want ik luister al jaren iedere werkdag, tijdens het aankleden en al dat andere gedoe 's morgens, naar Giel. En niet voor Giel dus, nee, voor Jurgen. Alléén voor Jurgen.
En als ik hem dan gehoord heb, dan kan mijn dag al niet meer stuk.
Zo makkelijk is het.
Vanmorgen had hij het over maartse buien.
Waarbij het dan ook nog eens kon gaan regenen.
En ik was gelukkig.

Ik weet het, het is bezopen.
Okee, misschien zelfs een beetje sneu.
Maar laat me maar.
Ik bezorg er niemand last mee.

En echt vreemdgaan is het niet, toch?


Edit: het kreeg een lollig vervolg.

zaterdag 7 maart 2009

Hee lekker ding, wat is jouw bloedgroep?

Een beetje een rare vraag in Nederland: 'Welke bloedgroep heb je?' In Japan daarentegen is het de normaalste zaak van de wereld. Want iemands bloedgroep is, volgens de overtuiging van veel Japanners, bepalend voor zijn of haar karakter.

Deze fascinatie voor bloedgroepen, die in 1927 is begonnen met een artikel van ene professor Takeji Furukawa, is vele malen groter dan die voor horoscopen in Europa en de laatste jaren uitgegroeid tot een ware hype. Om een indruk te krijgen: vorig jaar werden in Japan meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht van zogenaamde ‘bloedgroepboeken’, handleidingen om het beste uit je bloedgroep te halen.
Het is in Japan dan ook doodnormaal dat iedereen de bloedgroep van zijn familieleden, vrienden en collega's weet. Op feestjes wordt bloedgroepinformatie uitgewisseld en datingbureaus gebruiken het om mensen aan elkaar te koppelen. Tijdens sollicitaties wordt er nog nét geen bloed afgenomen bij de toekomstige werknemer, maar de bloedgroep van de sollicitant komt tijdens het eerste gesprek zeker aan de orde.

Volgens de theorie levert bloedgroep O zelfverzekerde, extraverte en gepassioneerde mensen op. Ze zijn strijdlustig en energiek, en doen het vooral goed als bankiers en sporters. O-mensen hebben hun hart op de tong. Ze vinden de mening van anderen erg belangrijk en staan graag in het middelpunt van de belangstelling. Soms hebben ze moeite een taak te volbrengen, omdat ze nogal makkelijk opgeven.

Mensen met bloedgroep A zijn punctueel, evenwichtig en verantwoordelijk, en hierom zeer gewild bij boekhoudkantoren. Ze blijven kalm wanneer ieder ander in paniek raakt. Toch zullen ze confrontaties proberen te ontwijken. Soms zijn ze wat verlegen en teruggetrokken. Altijd op zoek naar harmonie. Als er werk moet worden gedaan, doen ze dat het liefst zelf. Ze hunkeren naar succes en zijn perfectionisten. Ook zijn ze erg creatief, en zijn het meest artistiek van alle bloedgroepen, waarschijnlijk vanwege hun gevoeligheid.

Mensen met bloedgroep B daarentegen staan bekend als dominant en doelgericht en als echte doeners. Ze trekken graag hun eigen plan, zijn snel van begrip, praktisch en gefocust. Als ze ergens aan beginnen maken ze het af. B-mensen zijn solisten, kunnen niet goed samenwerken. Soms komen ze wat koel en serieus over. Het zijn hoofdmensen, geen hartmensen: verstand boven gevoel.

Bloedgroep AB is een wat moeilijkere categorie. Mensen met deze bloedgroep hebben vaak tegengestelde karaktereigenschappen. Bij voorbeeld; ze zijn verlegen én extravert. Ze zijn betrouwbaar, maar kunnen het niet aan als je te veel van ze vraagt. Mensen met bloedgroep AB zijn veelal geïnteresseerd in kunst en metafysica.

De laatste tijd zijn er overigens ook tegengeluiden te horen. Volgens psychologen aan de Universiteit van Shinshu ‘ontbreekt bij deze hysterie elke medische grondslag. De bloedgroep van een mens is immers gebaseerd op eiwitten en heeft niets van doen met de persoonlijkheid. Het is nepwetenschap, die ertoe aanzet anderen op basis van hun bloed te beoordelen. En dat is racisme.’ (bron: Northwest Asian Weekly)

Tsja, dat lijkt mij ook, eigenlijk? Aan de andere kant, het zou wél verklaren waarom Henk en ik, met allebei bloedgroep A (Henk A+ en ik A-) al 15 jaar redelijk harmonieus met elkaar samenleven. Iets dat volgens onze horoscoop - sterrenbeelden maagd en tweeling – schier onmogelijk is.

donderdag 5 maart 2009

Tijger éénoog


Zie je wel, zei ik tegen mezelf, dat had ik niet moeten schrijven. Dat van die mooiste baby. Met de mooiste ogen.
Want dat was eens. Maar vandaag dus niet meer.
Nouja, één oog is nog steeds prachtig, maar het andere is dik en rood en zit dichtgeplakt. Met gele korstjes. Die een kwartier nadat ik ze voorzichtig heb weggeveegd met een doekje en gekookt water, gewoon weer terug zijn.

Of het er iets mee te maken heeft, ik denk het niet, maar sinds vandaag kan onze baby ook ineens tijgeren! Ze tijgert de hele kamer door. Kijk, daar gaat ze! Met een respectabele snelheid recht op haar doel - een duplovliegtuig - af. Soepel ellebogenwerk, hoor. Ze nadert het object, strekt haar armpje uit en.......grijpt mis.

En dát, mensen, is niet grappig.

dinsdag 3 maart 2009

Confirmatiebureau

Vanmorgen ging ik eindelijk weer eens met Loïs naar het consultatiebureau.
Ik zeg eindelijk weer eens, want de laatste keer dat we er waren was op 18 december. (Een datum waar ik eerlijk gezegd nog steeds niet graag aan herinnerd word.)

Weet u, een jaar of zeven geleden, toen Bo een baby was, vond ik naar het consultatiebureau gaan helemaal the bomb. Ik was dágen van tevoren al in een jubelstemming. Omdat ik dan, onder toeziend oog van de consultatiebureau-baliemevrouw en de - in mijn ogen allemaal ontzettend jaloerse - andere moeders, mijn baby uit mocht kleden. Om vervolgens een half uur lang verplicht met de verpleegkundige of de arts over mijn kind te praten. En legaal naar complimentjes te vissen. Over dat ze het zo goed deed. En dat ze zo mooi was. En dat ze zo goed groeide van mijn moedermelk. En meestal ging ik haar, als ik haar had aangekleed, ook nog eens publiekelijk zitten voeden. En daarna reed ik dan snel naar huis om de grafiekjes bij te werken. En om oma te bellen met het nieuwe cijfermateriaal.

Ook toen Merlijn geboren was genoot ik er nog van. Vooral omdat ik dan Bo ook weer meenam. En de mensen dan zeiden: ‘Hee, heb je nou al twéé van die beeldige kinderen? Wat leuk, zo weinig leeftijdverschil!’

Maar nu, met Loïs, vind ik er eigenlijk niet veel meer aan. Wat een gedoe. Ik bedoel pff, helemaal je kind uitkleden voor nop - want ik zie zelf ook wel dat ze goed groeit - en altijd maar datzelfde gelul over niks en over poep tussen de schaamlipjes.
Dus daarom, en omdat er even een tijdje geen inentingen op het programma stonden (ik ben laks, maar niet meteen onverantwoordelijk) belde ik de laatste twee keren gewoon af.
Omdat ik iets anders had.
Of omdat we ons niet lekker voelden.
En daardoor was het dus al bijna 3 maanden geleden dat ik op het bureau was geweest.
Maar vandaag had ik er warempel zin in!
En dat zul je dan altijd zien: om 10 uur ging de telefoon. Het consultatiebureau. De arts was ziek en de afspraak moest worden verzet.


En toen?
Toen ging ik lekker toch.
Gewoon, om Loïs te laten wegen en meten. Want dat mocht.
En iedereen was het helemaal met mij eens: het was de mooiste baby van de wereld. Met de mooiste ogen. En het mooiste rompertje. ( Een heel populair rompertje, hier in logland. Herkent u hem, ook in zwart-wit?)


Oja, en daarna gingen we ook nog naar de Hema. Om te ontdekken dat het leuke t-shirtje dat ik wilde kopen al uitverkocht was.

Ach, een mens kan niet alles hebben.

maandag 2 maart 2009

Vriendschap



Had ik niet ook zo’n afspraak,
met een vriendin?
Dat we elkaar zouden treffen,
ergens?
Op een bepaalde dag
in het jaar dat we allebei
veertig zouden worden?

Ik hoop dat het veertig was
tenminste
en niet dertig of
vijfendertig want dan
was het al geweest
en heeft er
misschien
iemand op mij staan wachten
in Parijs onder de
Eiffeltoren
of bij het Vrijheidsbeeld
in New York,
tussen de stenen
van Stonehenge
of bovenop Ayers Rock
toen de zon
onder ging.

Hoewel,
dan was het al voorbij
en hadden we het maar
gehad
want het is zo erg:
het is me echt ontschoten
met wie die afspraak was
En waar dan.
En wanneer.

Dus als het nou nog moet gebeuren
dan wens ik maar
dat zij het ook
vergat
en dat er gewoon
geen van ons
zal staan
op dat tijdstip,
op die dag,
op die mooie plek.