zaterdag 27 februari 2010

Opliftend


Okee, sorry voor de slechte woordspeling, maar dit is zo mooi! Vanaf 4minuut10 ongeveer, tot het einde van het eerste liedje vergeet ik gewoon adem te halen, elke keer weer.
De geweldige Ane Brun, met Nina Kinert, van dit liedje.

Are we missing the bigger picture?



Dit jaar beefde de aarde al vijf keer.
En maart moet nog beginnen.
Ligt het nou aan mij, of is dit wel wat veel?
Kan iemand hier misschien iets verstandigs over zeggen?


Overzicht (zware) aardbevingen sinds 1906 Klik

PS. Zusje, ik hoop dat het allemaal goed gaat bij jullie...

vrijdag 26 februari 2010

Rise and fall of minor depression


Misschien komt het door het weer, laten we het daar maar op houden, maar ik viel de laatst tijd niet helemaal samen met mijn vrolijke en opgeruimde karakter. Ik was maar half aanwezig. Zombie-like. Ik werkte wat zonder al te veel begeestering, zorgde voor de kinderen zonder al te veel begeestering, deed het huishouden zonder enige begeestering.....eigenlijk had ik alleen maar zin om te slapen. En dan pas wakker te worden in de lente, met alle bomen in knop en een temperatuurtje van, zeg, 16 graden.
Maar ja, dat kan niet. Zeggen ze.
En dus was ik moody. En gloomy. En een tikje labiel. Zo was ik bijvoorbeeld overdreven aangeslagen door het niet nader te noemen 10kilometer-debacle in Vancouver. Ik heb er een hele nacht van wakker gelegen en zelfs om gehuild, nah en ik hou niet eens van sport, kun je nagaan. Waarschijnlijk had het dan ook mede te maken met het meisje dat diezelfde dag werd geboren, veel te vroeg en veel te klein, omdat haar moeder (mijn nichtje) een acute zwangerschapsvergiftiging kreeg.
Daarnaast was er ook nog het chagrijn over de kapotte iphone die – zo weet ik inmiddels – de rest van zijn leven kapot zal blijven: ik zal er nooit mee kunnen internetten of bellen. En nu kan ik natuurlijk roepen dat dat laatste BEST WEL EEN ESSENTIËLE FUNCTIE IS VAN EEN TELEFOON, maar dat zou kinderachtig zijn. Immers, er zijn ook een paar dingen die het wel doen: de camera en de ingebouwde ipod bijvoorbeeld. En spelletjes kan ik er ook op spelen.
Eigenlijk heb ik dus gewoon een hele dure Nintendo Dsi gekocht, uitgevoerd in een prachtig apple-design.
Ja.
U merkt het misschien al een beetje: ik zie de dingen weer wat meer van de zonnige kant. Sinds gisteravond.
Want ik was het zat, dat gesomber, dus ik besloot met een vriendin mee te gaan naar de Schouwburg. Waar we een try out zagen van de voorstelling ’11 minuten’ van het NNT, gebaseerd op het boek van Paulo Coelho.
En ik vond het mooi. Héél mooi.
En dat is maar goed ook, want 10 maart ga ik nog een keer, op uitnodiging van Malou Gorter, de hoofdrolspeelster. Die samen met mij en nog zes anderen de ouderraad van de school vormt. En die ik bewonder, als actrice en als mens.
(En ja, stiekem vind ik het natuurlijk hartstikke cool dat ik zo’n goede actrice in mijn kennissenkring heb. Maar als ik dat opschrijf klinkt het alsof ik een soort van celebritygeil ben, ofzo. Wat ik uiteraard geenszins ben. *unfollows per direct Carice van Houten op Twitter*)

Anyway.
Na de voorstelling gingen we nog naar de Schouwburgbar, a.k.a De Souffleur. Waar het enorm gezellig was en waar we hele leuke gesprekken voerden en ik maar liefst 6 biertjes dronk en een half pakje sigaretten leegrookte. (Niet mijn eigen pakje sigaretten, maar dat van mijn vriendin; ik rook niet, tenslotte.)
Nu ben ik dus enigszins brak (niet in de laatste plaats door Loïs, die vanmorgen vanaf 6 uur afwisselend mondharmonica speelde naast mijn oor en aan de (elastieken) spaghettibandjes van mijn nachthemd trok om ze tsjak! te laten terugschieten tegen mijn blote schouder...) maar: I feel better!

Het is wat beschamend om te zeggen, maar cafélucht doet mij goed.

zondag 21 februari 2010

(O)NS



Ik kan ieder gezin aanraden om eens een dagje met elkaar in de trein te gaan zitten. Gewoon, ergens naar toe reizen. En 's avonds weer naar huis. Zorg dat u een doel heeft, dat maakt het leuk (en het voelt ook minder onzinnig): bezoek vrienden aan de andere kant van Nederland, bijvoorbeeld. Of ga desnoods naar de dierentuin. Maar met de trein. Want dat is echt anders dan in de auto, waar je dan wel bij elkaar in een kleine ruimte zit, maar uiteindelijk toch allemaal met je neus in dezelfde richting. In de trein ben je met z'n allen weg uit de vertrouwde omgeving en - ook al klinkt het misschien wat kazig, die afgedwongen qualitytime - dat is dus leuk. Vind ik. Vinden wij.

De brunch was heerlijk, overigens!
En voor een weeshuis, echt. (Ziet u de etagères?)
Oh, en ik heb nog iets nieuws geleerd: scones met room en 'lemon curd'. (So good..!)


Henk maakte ook nog een foto (dan ziet u even dat ik ook mee was): klik

zaterdag 20 februari 2010

Hoe is het eigenlijk met...

mijn iphone?
Fijn dat u het even vraagt.
Maandag.
Hoor ik of hij gered is.
Ik beef al tien dagen van de ingehouden spanning, de laatste tijd heb ik er bijna een dagtaak aan. Bijna, want ik deed nog meer. Ik deed de belastingaangifte. (Op 20 februari, een record!) En we kochten een fiets voor Bo. De meest briljante Bo-fiets die we maar hadden kunnen vinden op marktplaats. Een fiets met brede banden en blauwe velgen en een gote B voorop. Van Batavus, maar nu van Bo. We haalden hem op in Grootegast, bij Sebaldeburen en Gaarkeuken, u weet wel.

Oja, en vanmorgen nam ik een maskertje.
Tot grote hilariteit van mijn gezinsleden.
Ik ben namelijk niet zo’n vrouw-vrouw.
Ik probeer wel die indruk te wekken, door mascara op te doen en lippenstift.
Maar als u goed kijkt ziet u dat de lippenstift altijd slordig zit.
Ik ben de vrouw met de slordige lippenstift.
Ja. En in de winter vergeet ik soms maandenlang mijn benen te scheren.
Maar vanmorgen nam ik dus een maskertje. Want die vond ik toevallig, in een koffertje met allemaal proefmonsterspul.
‘Ik ga in bad met een masker, ‘ zei ik tegen Henk, die daarop vroeg: ‘Een zorromasker?' en heel irritant wel tien minuten bleef grinniken.
Nee, dus. Ha. Ha. Geen zorromasker, maar een aardbeienmasker. Na twee minuten met de roze zooi op mijn gezicht was ik al misselijk van de penetrante, chemische snoepjesgeur en toen moest ik nog dertien minuten. En intussen stonden drie kinderen mij ongelovig aan te kijken van achter de badrand.
'Wat is dát,' zei Merlijn. En keek er heel vies bij. En zo zal het er waarschijnlijk ook uitgezien hebben. Want dat weet u hopelijk ook; het wordt nooit zo als bij die vrouw op het plaatje op de verpakking. En niet alleen omdat zij muntblaadjes op haar oogleden heeft gelegd to go with the strawberries.

Goed.
Maar nu ben ik dus mooi.
En morgen gaan we met de trein.

vrijdag 19 februari 2010

Sorry

Ik was het echt niet van plan. Het is overmacht. En zijn schuld.



Maar ik vind dit zo verschrikkelijk mooi! De muziek, uiteraard, maar vooral ook het filmpje. Tranentrekkend. Die toch al behoorlijk hoog zaten vandaag, die tranen: de moeder van een klasgenootje van Merlijn is gisteren overleden. Het was op zich conform de verwachting (ze heeft zelfs nog een paar maanden langer geleefd dan aanvankelijk de prognose) maar dat maakt het allemaal niet minder vreselijk. Dat jongetje is 6 jaar en heeft gewoon geen moeder meer. En een vader, die had hij ook al niet.
Alleen een oom, die nu de zorg voor hem op zich heeft genomen. Wat dan wel weer mooi is.
Maar toch.
Blegh.

donderdag 18 februari 2010

Big hug



Overigens ben ik de hele week al een soort van blij als ik Bo bij school afzet. In de galerie naast de school is momenteel namelijk een expositie van..tja....grote knuffelbeesten.
'Dushi' is een project van kunstenaar Florentijn Hofman, die - zo las ik - eerder die enorme badeend had bedacht, die mondiale spanning zou doen afnemen maar in plaats daarvan steeds werd vernield.



(Leuk eendje, maar haha, dat filmpje, te wanstaltig gewoon, die muziek en die overvloeiingen!)

Florentijn, zou je kunnen zeggen, die houdt wel van groot.
"Voor de solo expositie 'Dushi' heeft hij speciaal nieuw werk gemaakt waarbij hij zijn directe omgeving als uitgangspunt heeft genomen. Het speelgoed van zijn kinderen gaf aanleiding voor de zachte (knuffel)sculpturen die hij door middel van schaalvergroting een andere functie geeft,"lees ik ergens op een site.
Ah. Ja, duidelijk. Het speelgoed van zijn kinderen als inspiratie.
Alleen: die 'andere functie'? Dat weet ik niet zo goed. Welke andere functie? Ik zie nog steeds gewoon knuffeldieren, met als functie: knuffelen.
Alleen in plaats van dat zo'n konijn dan in jouw armen ligt, mag jij dan in de armen van het konijn liggen.
Lijkt me heerlijk.






(Ziet u mij, weerspiegeld in het raam, de foto nemen?)

dinsdag 16 februari 2010

Woszja en het gebakken ei


Tussen zijn derde en vijfde levensjaar had Merlijn een imaginary friend: Woszja.
Die was er ineens.
En hij bleef jaren rondhangen.
Soms ging hij ergens mee naar toe. Op vakantie. Of naar een feestje. Maar vaak ook niet. Soms liet hij wekenlang niets van zich horen en dook dan plotseling weer op.
De eerste keer dat Woszja zich in ons leven aandiende was op een avond. Ik herinner het me nog goed. Ik liep op de overloop en hoorde Merlijn praten. Ik keek om de hoek van zijn kamerdeur.
‘Tegen wie praat je?’ vroeg ik.
‘Tegen Woszja,’ zei Merlijn.
‘Tegen wie?’
‘Woszja’.
‘Wie is Woszja?’
‘Mijn vriendje.’
(Ik heb natuurlijk geen idee of ik het zo moet schrijven; dat met die s en die z heb ik zelf maar bedacht, voor het extra Russische effect. Ik had er namelijk hele romantische ideeën bij: van zo’n knap Siberisch jongetje, jammerlijk gestorven op een besneeuwde steppe na een val van zijn paard. Een ver familielid misschien, dat Merlijn nu had uitgekozen om vriendschap mee te sluiten en al zijn Siberische-jongetjeswijsheid mee te delen.)
Nu ik er zo over nadenk, zoiets zou ook knap griezelig kunnen zijn, maar dat was het dus niet: Merlijn vermaakte zich prima met zijn vriendje, en wij vonden hem eigenlijk ook wel heel gezellig. Woszja at regelmatig mee. Dan zei Merlijn: ‘Woszja eet ook mee,’ en dan zetten we een extra bord op tafel. Een prima gozertje. Goedkoop ook, bovendien. En zijn aanwezigheid zorgde er altijd voor dat Merlijn zijn bord leegat. Ja, die Woszja, die kon je er wel bij hebben.
Na verloop van tijd kwam Woszja jammergenoeg steeds minder vaak op bezoek. En op een bepaald moment was hij helemaal verdwenen. Nooit meer wat van gehoord.
Ik was hem eerlijk gezegd dan ook compleet vergeten. Tot gisteren, toen ik iemand hoorde praten over een verzonnen vriendje en ineens weer aan hem moest denken.

Ik vroeg Merlijn of hij het nog wist, van Woszja.
‘Wie?’ vroeg hij.
Hij wist het niet meer.

‘Maar weet je dan nog wel van het gebakken ei?’ vroeg ik, want dat schoot me ineens te binnen: in dezelfde periode ongeveer, ik denk dat hij ook drie was, of net vier, had Merlijn een allesverterende liefde opgevat voor een.... gebakken ei. Een plastic spiegelei, behorend bij het keukentje van Bo. Onafscheidelijk waren ze, Merlijn en zijn ei. Het ei ging overal mee naar toe en zonder zijn ei kon hij niet slapen. Als ik hem ’s avonds had ingestopt moest ik hem én het gebakken ei een nachtzoen geven. (Jawel, dat zou u ook doen.)
Nou had dat ei de neiging om ’s nachts, in het vuur van de slaap, onder het kussen te verdwijnen, dus menigmaal werden we ’s nachts wakker van een paniekerig: ‘Mijn ei! Waar is mijn gebakken ei! Mijn gebakken ei is weg!’ En nadat een van ons het ding dan onder zijn kussen vandaan had gevist, sliep hij weer verder, tevreden met het wit met gele stuk plastic in zijn knuistje.

Nee. Wist ie ook niet meer.
Maar ik gelukkig nog wel.

zondag 14 februari 2010

Radioheadweek comes to an end

Misselijk zijn op Valentijnsdag: als dat maar geen slecht voorteken is op liefdesgebied!
Ik werd vanmorgen wakker alsof - ik kan het niet anders omschrijven - mijn maag vacuüm was getrokken. Of misschien alsof ik al 3 weken niet had gegeten, maar dat heeft waarschijnlijk hetzelfde effect en ik wist bovendien dat dat niet waar was: Henk had gisteren de meest goddelijke lasagna gemaakt waarvan ik met smaak een portie heb verorberd en niet zo'n kleintje ook.
En het mocht dan voelen alsof mijn maag leger dan leeg was, honger had ik niet. Integendeel! Bij de gedachte aan de hartjespannekoeken die ik me had voorgenomen te bakken deze ochtend, bij wijze van Valentijnverrassing, sloeg de schrik me om het hart. Met geen mogelijkheid zag ik mezelf in de keuken in de vette baklucht staan. En niet eens alleen vanwege het verontrustende gevoel in mijn ingewanden, maar vooral ook door het allesoverheersende gebrek aan energie. Krachteloos was ik. Lamlendig. Futloos. Een slappe hap.

Ik heb nog even geprobeerd een en ander te negeren en gewoon hup enzo, maar tevergeefs. Teveel pap in de benen. Teveel steken in het lijf. Dus dit is hoe ik deze dag heb doorgebracht: in bed. Terwijl Henk uiteindelijk het pannekoekenontbijt maar voor zichzelf (en voor de kinderen) is gaan maken en de stevige bodem heeft aangegrepen om 9 kilometer te gaan hardlopen. De uitslover.

Duimt u dat ik me morgen weer beter voel? En dat ik niet alsnog met mijn hoofd in de toiletpot beland? Dan zal ik volgende week weer eens proberen wat samenhangender stukjes te schrijven. Met een kop en een staart en een middenstuk. U weet wel, van die herkenbare stukjes, vol zelfspot en humor. Zoals u van mij gewend bent. *kuch*

Voor nu neem ik mijn toevlucht tot een foto van 3 kinderen in het bed van oma (afgelopen vrijdag gemaakt) en met nog één keer een nummer van Radiohead: minder bekend bij het grote publiek, maar zeker niet minder wonderschoon. En ook als u niet van Radiohead houdt maar wel van Muse zult u het kunnen waarderen.

vrijdag 12 februari 2010

Hoofdpijn en een iphone deel 2


Of hoofdpijn van een iphone, dat zou de titel ook kunnen zijn.
Want.
Ik heb een iphone.
Een hele mooie witte.
Tweedehands gekocht.
Op Marktplaats.
Voor een best wel schappelijke prijs,
maar voor toch nog heel veel geld.
Ja.

Ik heb een iphone.

Die het niet doet.

(Nouja, wel een heel klein beetje, maar niet genoeg. Internet werkt niet bijvoorbeeld, en hij staat een beetje open aan de bovenkant - dat viel me vanmorgen pas op - en hij 'hangt' steeds. Dan moet ik hem uitdoen en weer aan en dan gaat het weer. Eventjes.)

Ik ben opgelicht.
Lacht u mee?
Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahahaha.

Dat is dus wat jaloezie en hebzucht met je doet, blijkbaar. Het maakt je een easy target. Terwijl ik gisteren nog gezwóren zou hebben dat mij zoiets nooit zou overkomen. Want ik merk het namelijk altijd direct als dingen niet in de haak zijn. Daar heb ik een speciale antenne voor.
Ik ruik het meteen, als something fishy is going on.
Echt.
Ja.
Ik heb Jan geprobeerd te mailen, om te kijken of er eventueel nog wat te regelen was. Dat hij mijn geld terug zou storten bijvoorbeeld en dat ik dan wel zou zien of ik de telefoon terug zou sturen. Zoiets.
Maar - u voelt het al aankomen - het mailadres bestaat niet meer.
Hahahahahahahahahahahahahahahahahahahaha.

Jan, ik hoop dat je vandaag heel hard je teen stoot. Of nee, beter: je elleboog. Het telefoonbotje. Zo hard dat het de hele dag blijft bellen. En dat je dan steeds aan mij moet denken. Want weet je, Jan. Ik geloof in karma.
Lekker puh.

(Wist u trouwens dat volgens wikipedia het telefoonbotje ook wel 'tinteldoosje' wordt genoemd? Ik krijg persoonlijk hele andere associaties bij dat woord. Maar maybe that's just me. Au. Au. Lachen zal voorlopig nog wel even pijn blijven doen.)

woensdag 10 februari 2010

Hoofdpijn en een iphone

Of ik misschien een dipje heb, vraagt Door.
Heb ik een dipje?
Nou. Neu.
Niet echt.

Wat ik wel heb is hoofdpijn. Rare hoofdpijn. Al een paar dagen. En een paar weken geleden had ik precies hetzelfde. En een paar weken daarvoor ook. Elke keer rondom de sneeuwval, heb ik inmiddels ontdekt. Dus ik ging vandaag maar eens googlen en ja hoor: sneeuwhoofdpijn. Het bestaat. Heeft iets te maken met dalende luchtdruk en spanning in de lucht en uitzettende bloedvaten. Veel mensen schijnen er last van te hebben. Nah: ik had er nog nooit van gehoord. Ik heb ook geen idee of ik er al eerder last van had. Maar zo vaak sneeuwt het dan ook niet in Nederland. Behalve deze winter.
Gisteren voelde het alsof de kou zich had vastgezet als een soort pingpongbal achter mijn linkeroog. Gekmakend. De gedachte om met de vingers van mijn rechterhand mijn oogbol uit zijn kas te rukken werd op een bepaald moment zo ondraaglijk aangenaam, dat ik maar naar bed ben gegaan, waar ik goddank in slaap viel.
Vanmorgen was het over, maar inmiddels is het weer in alle hevigheid terug.
Dus mensen, dan weet u het, er komt meer sneeuw vannacht.

Anders wat. Ik kocht vandaag een iphone. Zomaar. Ja. Groen en geel zag ik, van jaloezie, jegens iedereen die er een had. En dat is best gek, want ik ben helemaal niet zo'n dingetjesmens. Zo'n gadgetmens. In tegenstelling tot Henk. Ook wat betreft de iphone ben ik heel lang onverschillig geweest. Ik had toch een telefoon? Die deed het toch prima? Ik kon er nog leuke foto's mee maken ook.
Maar de laatste tijd moet ik het toegeven: een iphone is geen gadget. En ik heb een fout gemaakt, een half jaar geleden. Toen ik mijn abonnement had kunnen opzeggen en naar een andere aanbieder had kunnen gaan. Die een iphone in het assortiment had. Maar dat vond ik zo'n gedoe. En nu zit ik vast aan mijn suffe LG tot fokkin mei 2011. What the hell was I thinking?
Henk heeft inmiddels al een tijdje een iphone en hij is verslaafd. Zit constant te twitteren, te spelen met al zijn leuke 'appjes' (ik kan hem wel slaan als hij met een grijns verkondigt dat hij weer een leuk nieuw 'appje' (appje-schmeppje) heeft), zit gezellig te pingen (gratis sms tussen iphones onderling) met mijn vrienden en ik ben stikjaloers. Soms betrap ik mezelf erop dat ik het ding zomaar minutenlang zit te aaien (aaiphone) als Henk even naar de wc is - en hem niet heeft meegenomen.

Dus. Ik kocht er een. Op marktplaats. Een witte. Matcht leuk met mijn macbook. Ik moet hem - als hij er is - alleen nog even laten unlocken, stop dan gewoon mijn eigen sim er in en ha!
Ik kan me niet herinneren dat ik mezelf ooit zo'n leuk cadeautje gaf.

dinsdag 9 februari 2010

When I am king you will be first against the wall

Dat zinnetje heb ik vandaag ongeveer 5736 keer gezongen.
Gebeurt altijd na het beluisteren van Paranoid Android, dan blijft dat zinnetje hangen.
Ik weet niet precies wat het is met dat zinnetje. Waarom het zo'n lekker zinnetje is. Want ik heb niet echt per se wat met de inhoud. Het is niet zo dat ik er heimelijk van droom iemand tegen de muur te zetten. Dat is het niet. Maar toch is het een lekker zinnetje.

Ja.
U merkt het al weer: nog steeds weinig inhoud.

En wat Cisca al zei in een reactie op mijn vorige stukje: altijd fijn, een youtuubje, als je het even niet weet.
Ik doe er gewoon nog een.

maandag 8 februari 2010

Druk

Misschien is het u opgevallen, misschien niet, maar het wil niet zo loggen hier.
Nee.
Ik weet het ook niet zo goed.
Het is niet dat er niets gebeurt.
Er gebeurt best wel wat.
Ik kreeg een cadeautje van haar.
En een kaartje van haar.
En verder gebeurt er nog een heleboel. Dagelijks gedoe.

Ik heb het druk, mensen. Met werk. En met Loïs. Met werk en met kinderen die naar school moeten. Met werk en met kinderen die thuiskomen met vriendjes en verhalen en tassen vol tekeningen en oorpijn. Met werk. Met Loïs. En met Loïs. En met werk en deadlines en kinderen die willen eten en drinken, die schone kleren willen en naar circus en zwemles gebracht worden en naar feestjes (mét een cadeautje voor de jarige). Met Loïs en met werk. En vooral met de combinatie van al die dingen. En met verlangen naar de lente, daar heb ik het ook heel druk mee.

Ik had vandaag eigenlijk een verhaaltje willen schrijven met de titel:
'Huishouden in de marge.'
Maar ja, het wil niet zo loggen momenteel.
Dus dat houdt u nog tegoed.

U zult het even moeten doen met wat ik me vandaag ineens realiseerde, namelijk dat Paranoid Android van Radiohead echt het mooiste nummer is van de de jaren 90.
(Het zou zo leuk zijn als ik dit soort dingen eens kon onthouden. Om op de juiste momenten uit mijn mouw te kunnen schudden. Maar je zult zien, tegen de tijd dat het 90’s request is, dan brabbel ik weer iets over U2, of the Chili Peppers of Pearl Jam. Ook leuk, maar niet als dit.)
Kijkt en luistert. Misschien dat u het filmpje snapt.

Oh. Kan niet embedden. Nou klik dan maar.

donderdag 4 februari 2010

Hoeveel een moederhart kan hebben

Twee schoolrapporten en twee zwemdiploma's in één week tijd. Poehee.







Het was vandaag overigens een rare dag, die begon met een grote brand in een studentenhuis hier in Groningen. Het betreffende pand grenst aan het schoolplein van de school van Bo; in de loop van de ochtend moesten alle kinderen op last van de brandweer naar huis vanwege te veel rook en roetdeeltjes in de lucht.
Vanmiddag werd bekend gemaakt dat bij de brand een meisje van 19 is omgekomen. Een meisje dat vast ook ooit haar zwemdiploma's heeft gehaald. Een meisje dat vermoedelijk ook een moeder had. Wier hart vandaag is gebroken.

dinsdag 2 februari 2010

Eend

Terwijl ik vanmorgen wederom een immense inspanning moest betrachten teneinde twee kinderen in hun kleren te dirigeren, drong – in de badkamer - ineens tot me door dat Loïs me al een tijdje iets probeerde te vertellen. (Mijn kinderen zijn alledrie Oost-Indisch doof, maar ik ook. Geworden. Van de weeromstuit. Daarbij, het was pas 7 uur; ik bewoog en praatte, maar was nog niet wakker.)
Ik bemerkte aldus, met terugwerkende kracht, dat Loïs al geruime tijd achter me aan had lopen drentelen met een kleerhangertje in haar hand, onderwijl enthousiast uitroepend: 'Eend! Kijk mama! Eend!'

Dus ik draaide me om en zei: ‘Wat is er meissie.’
‘Eend!’



Ver-rek zeg.
Een eend.

Ik wist het wel. Ze is briljant!
Ze is in staat een willekeurig object te ervaren als een abstract beeld van een ander, herkenbaar en figuratief object. Abstraheren en concretiseren: de basisbeginselen van analytisch denken.
Ik bedoel maar.