woensdag 29 juni 2011

Het wachten waard

Het is al meer dan een jaar geleden dat de vader van Henk werd begraven, maar het was nog steeds niet helemaal klaar; er was nog geen grafsteen.
Want dat had namelijk nogal wat voeten in aarde (wat in dit kader ineens een wat vreemde uitdrukking is). Wat moest het worden? Een zwerfkei? Zo'n platte steen, van marmer? Een gedenkteken van koper? Of iets van hout?
In elk geval iets bijzonders, wilde Henk. Misschien met een orchidee, de lievelingsbloem van zijn vader – of eigenlijk veel meer dan dat; de laatste jaren van zijn leven had hij het zo mooi mogelijk laten bloeien van de bloemen tot een ware kunst verheven.
Ja, het moest iets worden met een orchidee. Maar dan niet kitscherig.

Uiteindelijk vonden we een steenhouwer in Den Andel, aan het wad.
Er volgde een gesprek, er gingen wat schetsen over en weer, en een tijdje later was men eruit. Het zou een pilaar worden, van basalt. Met twee kleinere zuiltjes ernaast met de tekst. Een voor de overledene, de ander voor mijn schoonmoeder, die op termijn het graf met hem zal delen.

Maar toen trad er vertraging op.
De steenhouwer werd ziek.
En er waren andere problemen, waar we de vinger niet echt op konden leggen.
Dus het duurde maar en duurde maar.
En mijn schoonmoeder werd bijkans gek. ‘Straks val ik ook dood neer (niet eens zo ondenkbaar als je al 88 bent) en dan heb ik het niet eens gezien!’ riep ze maar steeds. Waarbij ze haar armen dan wat ten hemel hief.
En ze had ze natuurlijk groot gelijk.
Want het moest nou maar eens gedaan zijn.
Om in elk geval dat stukje af te kunnen sluiten.

....

Gisteren was het dan ineens toch zover; we kregen het bericht dat het monument was geplaatst. En eerlijk, het was het wachten waard. Het is prachtig.




Vanavond, tijdens het eten, viel Henk ineens een tijdje stil en zei toen: ‘Er zullen vast wel weer mensen in de familie zijn die gaan zeggen: (Groningse tongval aan) Was dat nou nodig? Zoiets aparts?
We grinnikten.
Want ja, inderdaad. Dat was nodig.

maandag 27 juni 2011

Warme maandag

Na een vermoeiende week (met een tijdelijk invalide man - zenuw in de knel in onderrug - en heftige werkstress en rotweer) die resulteerde in een toestand van algehele instorting die zich uitte in een helse pijn in mijn maag die me twee dagen letterlijk dwong horizontaal te blijven, ben ik weer boven jan en is het hoog tijd om weer eens wat nieuws te etaleren in de etalage van mijn leven die mijn blog heet.
En dit, was een bijzonder slechte zin. Maar u heeft de informatie.

Wat is het warm hè.
En wat doe je als het warm is?
Ook al is het gewoon maandag?
Dan maak je aan het eind van de middag een pan pasta, verpakt hem in een handdoek, gooit hem achterin de auto samen met wat kinderen en zwembroeken en rij je naar de Hoornse Plas. Om te picknicken en te zwemmen. En kastelen te bouwen. En kikkers te zien. En een bloedzuiger, op het been van Bo. En meerkoetjes. (Of koevoeten, zoals ze heten sinds Merlijn uitriep: 'Kijk, daar! Een nest jonge koevoeten!', toen we in Meppel langs het water reden. Want in Meppel, daar waren we ook. Gisteren. Maar daarvoor mag u even hier klikken.)




Kijk, hier mochten alleen wij wandelen:


(Geen foto van de bloedzuiger, helaas. Ik moest het beest er metéén afhalen van Bo, ik mocht niet eens even eerst mijn iPhone halen. Tsk.)

woensdag 22 juni 2011

Heintje, eat your heart out

Soms ben ik net Ernie. En de mensen in mijn omgeving zijn Bert.
Dan denkt Bert dus dat het ein-de-lijk klaar is, afgelopen met het gezeur, en dan krijgt ie dit: ‘Oooooh. Wat hád ik een dorst, Bert!’

‘Oooooh. Wat wás ik jarig, Bert!’

Bent u daar nog?
Nouja, het was ook maar een hersenspinsel, een halfslachtige poging om te verantwoorden wat ik ga doen. Ik ga namelijk nog even de integrale tekst van mijn prachtige verjaardagslied opschrijven hier.

Waarbij dan wel meteen een dingetje eh... opvalt: blijkbaar heb ik met al mijn overdreven gewauwel over veertig worden, mijn kind didactisch heel onverantwoord opgezadeld met het idee dat het vreselijk is om oud te worden en er oud uit te zien.
Nja.
Nja.
Dit terzijde,
het is een prachtig lied.
En zó lief.


Mama
je bent al veertig
maar je lijkt nog heel erg jong
je bent nog zoet en zacht
en iedereen vindt je lief

Mama
je bent zo lief zoals je bent
en niemand anders is zo goed, zo top en zo cool!

En mama
je bent niet oud
je ziet er nog heel jong uit

Maar mama
ik vind je lief zoals je bent
en niemand anders is zo goed, zo top en zo cool!

Tekst: Bo en Vera
Muziek: Remko Wind


(Heintje? Klik )

zondag 19 juni 2011

Vaderdag

Om half zes ging ik slapen en om half negen werd ik alweer wakker - doodmoe, maar zonder kater gek genoeg (later bedacht ik dat ik natuurlijk gewoon nog dronken was, haha) - van een Henk die onrustig deed. Door, wat bleek, pijn in zijn rug. Heel erg. Hij kon he-le-maal niks meer. Liggen, lopen, staan noch zitten. En dan blijft er weinig over kan ik zeggen. Dus we begonnen de dag met het bellen van de huisartsenpost die een stapel pijnstillers en spierverslappers voorschreef. Die niet echt hielpen, helaas.
Zielig, joh! Nee, echt.
Maar u begrijpt, dat het na vannacht nógal een teringbende was in huis met alleen al een kleine honderd glazen die door het huis zwierven, met restjes wijn en drijvende peuken en verder allemaal vieze schaaltes en bierflesjes en asbakken en nouja, zoals u zich kunt voorstellen en dan nog een beetje erger. Bovendien stond er buiten nog een enorme partytent te klapperen in de regen.
En wie was dus de persoon die al deze dingen het bonzend hoofd ging bieden? Moi.
Met gelukkig wat hulp van logee R. en de superburen van wie we de tent hadden mogen lenen en die ons ook nog hielpen met het opbouwen én afbreken.
Maar tsjonge, dit allemaal even terzijde, was het leuk? Jah!! Het was héél leuk. Met héél véél leuke, lieve mensen en cadeaus en verrassingen.
Ik was echt. Heel. Erg. Jarig.
En het weer viel hartstikke mee.
En er waren hoogtepunten.
Hier eentje van vroeg op de avond:
(Naast Bo staat vriendinnetje Vera. Haar steun en toeverlaat in deze. En ook een beetje mijn dochter :))


En, vooruit, hier eentje van vroeg in de ochtend: een werkelijk briljant optreden van AJ (alias de moeder van Vera). Helaas slechts een kort stukje, maar wél met een bijzondere cameravoering. *kuch*



Oja. En kijk: zij waren er ook! Klik


En nu ga ik naar bed.

vrijdag 17 juni 2011

What was I thinking?

Clearly I wasn't thinking at all.
Want tsjongejongejonge wat heb ik mezelf weer wat op de hals gehaald.
'Ga je een feest geven als je veertig wordt?' werd me veelvuldig gevraagd de laatste maanden.
'Och,' zei ik dan en haalde zo wat mijn schouders op.
Want ik wist het niet zo goed.
Ik liet het maar liever gewoon wat voorbij gaan, geloof ik, onder het mom van 'als er een boom omvalt in het oerwoud en niemand hoort het, maakt het dan geluid?'
Maar dat was natuurlijk geen optie. Want er zouden natuurlijk tóch wel mensen komen en dan werd het vanzelf tóch wel weer een feestje; gewoon zo'n feestje als alle feestjes.
En dat vond ik dan ook weer niet leuk.
Het moest dan in elk geval ánders. Het is tenslotte niet zomaar een verjaardag, nee, ik word véértig, daar had ik niet voor niets iedereen het afgelopen jaar mee aan de kop gezeurd.
Dus.
Zou ik een kroeg afhuren?
Een picknick organiseren, aan het water?
Pfff.
Ik wist het echt niet.
Maar toen was het ineens juni en moest ik toch echt wat gaan beslissen. Dus gemakzuchtig dapper besliste ik maar dat ik het wel gewoon thuis zou doen. Maar dan groter dan anders; met dj's en live muziek en véél mensen. Ik maakte een evenement aan op facebook en klikte daarbij op wat vrienden, stuurde een mail naar een aantal adressen uit mijn adresboek en sprak zo links en rechts wat buren aan in het voorbijgaan.
Telling gisteren wees uit dat ik een slordige 78 mensen (we hebben veel buren) bleek te hebben uitgenodigd. Van wie nog maar slechts een enkeling had laten weten niet te komen.
Slik.
Want hoeveel wijn en bier en fris moet je daarvoor in huis halen? Hoeveel hapjes maken?
Intussen bleek weeronline de prachtige datum van 18 juni maar geen hoger weercijfer te willen geven dan een..... 1. Met stortregens en windvlagen en brrr en nouja, niet echt wat men voor ogen heeft voor een tuinfeest. (Nou hebben wij geen tuin, maar wel een plein.)
Slik2.
Want. Waar. Ging ik die 78 mensen (nouja, er zullen er toch in elk geval wel veertig komen?) dan allemaal láten in ons huis? Alleen de keuken - het toneel van de ordinaire feestjes - zou zeker niet voldoen. De woonverdieping moest er ook bijgetrokken worden. En, kom, dan toch ook maar een partytent buiten, tegen de gevel.
We hebben f**king het hele huis verbouwd vandaag!
Haha, we hebben gewoon een dansvloer. Met een discobol.
En nu ben ik kapot.
Maar ik ga nog even zestig eieren vullen.


zondag 12 juni 2011

We liepen wad op blote voeten



Ik ben nog steeds niet helemaal de oude; nog steeds gezelligheidsmoe. Gisteren leek het wel weer wat te gaan en na afloop van de theatervoorstelling Alice in Wonderland van het NNT dronk ik nog wat bij een kampvuur en sprak ik met een aantal vrienden af om vandaag, met de kinderen en Henk, naar het Gideonfestival te komen.
Maar vanmorgen werd ik wakker met een hevig gevoel van weerzin. Bah, dacht ik. Festival. Drukte. Harde muziek. Veel geld betalen voor drankjes. En als het nou nog Pinkpop was. Nee. Ik wil iets suffigs doen. Iets rustigs. Ergens met z'n vijven naartoe rijden en dan wandelen. Ons even verstoppen voor de wereld.

En dat deden we toen gewoon. We reden naar Noordpolderzijl, helemaal bovenin Groningen. Een prachtige plek. Het is dat je in de verte Schiermonnikoog en Borkum ziet liggen, anders zou je denken dat de wereld er ophoudt. We klommen de dijk over, liepen door een weide met paarden en het karkas van een schaap en bij het wad gekomen besloten we in een opwelling onze schoenen uit te doen en een eind de kwelder in te lopen.
Dat vergt even wat zelfoverwinning, om met je blote voeten die pikzwarte blubber in te stappen, maar dan heb je ook wat.
De kinderen vonden het geweldig.
Haha, die kleine Loïs. Met die pootjes door het slijk.

Onderweg:


Noordpolderzijl:



vrijdag 10 juni 2011

De liefste mama van de wereld

Ik ben de liefste mama van de wereld.
U denkt nu misschien ja, nee, ho, wacht, dat klopt niet want dat ben ík, of dat is mijn buurvrouw, of dat was mijn eigen moeder, maar nee, u heeft het mis, IK ben de liefste mama. Want dat zeggen mijn kinderen. En aangezien zij nooit liegen, is het zo.

Nou vraag ik me best wel eens af of ik die status eigenlijk wel verdien, hoor.
Want ik vind mezelf eerlijk gezegd vaak de verschrikkelijkste moeder van de wereld. Ik doe mijn kinderen namelijk met regelmaat pijn.
De deur dichtslaan met vingertjes ertussen, velletjes tussen de rits van de jas trekken, alleen de hete kraan aanzetten in bad, voetjes in schoentjes duwen waar ook al een legoblokje/walnoot/sleutelhanger in zit, ik draai er mijn hand allemaal niet voor om.

Gisteren was het weer lekker raak.
Een klassieker, schijnt.

Ik was nadat ik Merlijn van school had gehaald, nog wat blijven hangen op het schoolplein. We vertrokken zo’n beetje als laatsten en ik bleef vervolgens, met mijn fiets tussen mijn benen, nog even kletsen met een juf over rare ouders in het algemeen en rare ouders in het bijzonder, naar aanleiding van een voorval.
Merlijn en zijn vriendje stonden op de stoep te wachten en Loïs klom intussen op mijn fiets en ging achterop zitten.
‘Nou ben ik natuurlijk óók niet het toonbeeld van de verantwoordelijke ouder,’ hoorde ik mezelf in het gesprek zeggen (das psychologisch hè, jezelf een beetje naar beneden halen opdat je gesprekspartner dat dan onbewust zal proberen te weerleggen en denken jawél, jawél, Novy, jij bent juist wel het toonbeeld van de verantwoordelijke ouder) ‘maar zó bont maak ik het geloof ik ook weer niet.’
Nee, haha, beaamde de juf.
En we lachten samen.
En toen was het maar eens tijd om te gaan.
Ik riep: 'Kom jongens,' tegen Merlijn en zijn vriendje, ‘rennen jullie maar over de stoep naar het eind van de straat’ en fietste weg.
Daarbij vergetende, dat Loïs achterop zat.
Of nee, dat ze achterop zat wist ik wel, maar ik realiseerde me niet dat ze daar niet hóórde. Dat ze nog te klein is voor achterop. Dat ze natuurlijk gewoon voorin de mand hoort, of op zijn minst op het zadeltje, voor me.
Ik was nog geen tien meter op weg, toen de tijd ineens vertraagde.
Raarr...mijn fiets doet gek... ik kom niet meer vooruit.....het lijkt wel of er iets in het wiel zit....
En toen hoorde ik de ijselijke gil van mijn dochter, en de tijd vloog weer in volle kracht vooruit. Waah! Nee! Voetje tussen de spaken! Maar wat doet ze dan ook achterop! Op blote voetjes bovendien! Wat ben ik toch een sukkel!

Het was, denk ik, een lesje in nederigheid.

Gelukkig slechts een mild lesje, want het bleek mee te vallen; er is niets werkelijk stuk. Alleen wat oppervlakkige schade.


Uhm.





woensdag 8 juni 2011

Wat komt er toch veel moois uit België

Ik had wel van alles meegemaakt, hoor. Ook al schreef ik dat niet. We hadden een heel leuk weekend, bijvoorbeeld.
(Een beetje te leuk, eigenlijk. Heeft u dat wel eens? Ik heb dat dus soms ineens, dan is het me ineens allemaal te leuk. Of te veel leuk achter elkaar, bedoel ik. Dan ben ik ineens leukedingenmoe. Heb ik behoefte aan regelmaat. Aan rust. Structuur. Aan gewóón. Beetje werken, eten koken, kindjes voorlezen, tv kijken en naar bed. En dat dan twee weken achter elkaar. Maar ja, dat is een utopie. Want het is hier nooit gewoon. En dat wil ik ook niet echt. Alleen nu even wel. Want ik ben ook een beetje ziek. Ziekjes. Ziekig. Nouja, niet echt ziek dus, maar gewoon blegh. Kou gevat. Verkouden. En oud. Over tien dagen 40. Dat.)

Maar het weekend dus.
De circusjuf van Bo had op facebook gevraagd of iemand een tent te leen had. Dus ik nam de eerstvolgende keer onze tent mee en terwijl ik hem overhandigde zei ze:
'Gaan jullie zelf dan niet?'
Ik dacht: waarheen? en zag tegelijkertijd op de muur een poster hangen, van de Circus-theater dagen op Schier. Oja. Vergeten. Allemaal andere afspraken gemaakt.)
'Nee,' zei ik. 'Kan niet. We hebben onze tent uitgeleend.'
Dat klinkt flauw, maar het was op dat moment best heel grappig.
Echt.
Nouja.
Toen gingen we dus maar vrijdag, voor een dagje.
Een beetje onvoorbereid, eigenlijk. Een beetje op de bonnefooi. Zo van 'we gooien wat in een tas, we stappen op de boot en we zien wel'. En dan sta je dus vervolgens aan de overkant, met je drie kinderen, zonder gereserveerde fietsen en zonder geld voor de bus. Want we hadden allebei geen cash en je kunt niet pinnen op de kade van Schiermonnikoog.
En het is nogal een eind lopen van de boot naar het dorp.
Dus zo wurmde ik me langs allemaal mensen een overvolle bus in, tegen de chauffeur roepend dat 'ik er zo weer uitging, alleen even iemand moest spreken' om geld te lenen van een collega van Henk die we op de boot al hadden herkend (en gesproken) en die ik net in die bus had zien verdwijnen. Nja, zo kan het ook, zullen we maar zeggen.
Maar dan: heb je welgeteld effectief een uur of zes om alles te doen wat je van plan bent. Circusvoorstellingen bekijken én naar het strand (natuurlijk) én ijsjes eten én nouja, dan moet je alweer terug naar de boot. Kapot was ik, toen we thuis waren.

Maar wat we de volgende dag deden, dat was wel heel bijzonder. Zo bijzonder dat ik eigenlijk niet weet hoe ik het moet opschrijven.
Stelt u zich voor.
Ergens in de provincie Groningen.
Een tuin. Een hele grote tuin. Met bomen en gras. En een kerk.
Een kerk die een restaurant is. Een geweldig restaurant.
Een restaurant dat op een warme lentemiddag in juni is afgehuurd door twee malle maffe nouja gekke lieve mensen om daar - zomaar omdat het leuk is - met een heleboel vrienden (waaronder wij! Jeuj!) en hun kinderen te gaan eten.
Witte opblaasbanken op het gras. Champagne.
Kinderen die nat worden onder de tuinsproeier en die (Loïs) bloot over het grasveld rennen.
En dan aan tafel. Eten en drinken; kreeft en asperges en lamsbout en wijn - buiten, onder de parasols. De kinderen (zeker 30) ín de kerk, aan een lange ovale tafel, met kandelaars en damasten tafellakens en servetten en zilver en prachtig servies. Alwaar patat werd geserveerd. En frikadellen. Briljant.
Daarna zwemmen in het kanaal. De kinderen dan. En een enkele volwassene (hè Henk?).
Nee, maar echt. Het was een Fellini-film.
Ik kan er met goed fatsoen maar één foto van laten zien, die eigenlijk de lading lang niet dekt, maar wel enigszins de mate van ontspanning weergeeft.



Oja, en Henk deed op Hemelvaartsdag ook nog iets leuks. Dauwpop, in Hellendoorn. Met studenten. En daar namen ze onder andere dit op:


Henk moet steeds bijna huilen als hij het hoort. Met name als zanger Ruben Block zijn kopstem inzet. Maar dat ís dan ook prachtig.

zondag 5 juni 2011

Wat kunnen ze tekenen hè, die meiden

Wie A zegt moet ook B zeggen en nouja, dan ook maar C.
En let goed op, want naakter dan dit krijgt u me niet te zien.





woensdag 1 juni 2011

PaRAAAATT

Om u maar weer eens even wat anders te laten zien dan de visualisatie van een blote Novy,
hier een filmpje.
Een meesterlijk filmpje, al zeg ik het zelf.
Vooral vanaf 20 sec.
Haha. Hoe ze dan ineens een beetje verlegen met haar tong in haar wang staat te prikken.
Geweldig vind ik het.
Maar ja, ik ben dan ook verliefd op dat kind.