zaterdag 29 december 2012

Hoe Henk heeft geprobeerd The Sound of Music voor me te verpesten, maar daar jammerlijk in heeft gefaald


Terwijl Little Miss Sunshine in de dvdspeler zit te wachten tot een van ons op play drukt kijken we naar The Sound of Music.

Dat gebeurt me nou altijd, met die film.
Ik kan geen andere film opnoemen die zulke sterke tegenstrijdige gevoelens bij me oproept als The Sound of Music. Ik ga zo ongeveer over mijn nek van dat preutse gekwezel in die bergen, anderzijds kan ik de romantiek ervan niet weerstaan. Blijkbaar.
Zo heb ik hem dus al zeker vijfentwintig keer gezien. (De eerste keer zag ik hem overigens niet; het was in de bioscoop in het dorpshuis, tijdens een kinderfeestje en ik had mijn bril niet bij me – misschien is het daar wel misgegaan bedenk ik nu.)
Ik geef het maar gewoon toe: ik beleef een heimelijk genoegen aan het meezwijmelen met The Sound of Music.

Ook al heeft Henk het mooiste liedje van de film dan voorgoed voor me verpest.

Door vijftien jaar geleden in plaats van ‘Edelweiss, Eidelweiss’, een keer ‘Edelweiss, die Suppe ist heiss’ te zingen.
Edelweiss - die Suppe ist heiss.
Dat is heel erg.
Het gaat namelijk nooit meer uit je hoofd. Telkens als je het liedje hoort dan zingt het vanbinnen: 'Die Suppe ist heiss'.
(I mean: die Suppe ist heiss?!!)


U begrijpt het al, Henk heeft écht een hekel aan The Sound of Music.

Daarom heeft hij natuurlijk ook nog steeds niet de afstandsbediening gepakt.
Haha.

Ik ga nog even verder kijken; de tweede wereldoorlog breekt uit.




En omdat ik denk dat ik u dit jaar niet meer spreek hier, wens ik u vast een zalig uiteinde/ een fijne jaarwisseling/gelukkig nieuwjaar/oliebollen/wat u maar wilt. Hoera!

XXXX

zondag 23 december 2012

It’s a wrap!

We zijn er allemaal nog, de wereld draait door en mijn uitdaging die ‘vorige week’ heet is achter de rug; het is vakantie, de man eet en rookt weer gewoon en ik krijg ’s morgens weer koffie in bed.
En terwijl we wachten op de twee mooiste dagen van het jaar vol vergeving en naastenliefde, maak ik u even deelgenoot van de glitter-and-glamour kant van mijn leven.

Onze jongste dochter was gevraagd om een mini-rolletje te spelen in de speelfilm ‘Heroin’ van Rene Houwen en Thijs Gloger.
Of eigenlijk was in eerste instantie een ander meisje benaderd, maar zij durfde niet, waarop de moeder in kwestie mijn telefoonnummer had doorgegeven in de overtuiging dat Loïs hiervoor te porren zou zijn. Of omdat ze wist dat ik hier anders desnoods op didactisch onverantwoorde wijze wel voor zou zorgen, want mijn kind in een fílm, een heuse fílm, dat liet ik me natuurlijk niet door de neus boren.
Nja.
Hoe dan ook, ik kreeg bericht van de regisseur die inmiddels op mijn facebookpagina de foto’s van Loïs had gewogen en niet te licht bevonden (Facebookcasting, heet dat) en vandaag vertrokken we naar de filmset, bestaande uit een straat, een druilerige zondagmiddag, een bakfiets, een hond, een regisseur/geluidsman, een cameraman en een acteur: de tegenspeler van mijn dochter, Mads Wittermans – wellicht kent u hem. 

En terwijl ik mijn best deed om afstand te nemen (maar toch steeds per ongeluk in beeld stond) en ineens nadacht over wat er zou gebeuren als ze het niet goed zou doen – als ze gekke bekken ging trekken of geen zin meer had en dat het dan na 100 takes nog steeds niet was gelukt – en hoe ik daar dan op zou reageren, was het binnen een half uur zomaar klaar.
Het stond erop!
Genoeg materiaal.
Stoer hè. 
Als het even meezit zien we onze kleine filmster over een paar maanden op het witte doek.





Voor nu: Fijne feestdagen!

dinsdag 18 december 2012

Wat ik allemaal wel niet over heb voor het goede doel

(Ik begreep dat er mensen waren die dachten dat ik Sandra van Nieuwland met een bultrug vergeleek laatst. Nee joh, integendeel! Het was een metafoor, om te zeggen dat wat mij betreft zij The Voice of Holland had mogen winnen. Een wat kronkelige metafoor, maar daar hou ik van hè, van kronkelige metaforen.)


Ik heb deze week 3 (school)kerstdiners, 1 kerstmusical, 2 (leuke, spannende) werkoverleggen, 2 deadlines, 1 afscheid van een conciërge en 1 moeder in het ziekenhuis – die waarschijnlijk aan het eind van de week wordt ontslagen en voor wie ik dus thuiszorg moet regelen en een rollator en krukken en een wcverhoger en een papegaai. Daarnaast zijn er natuurlijk nog de gewone ballet-, circus- en muzieklessen, zijn er de boodschappen en de was en en....
*adem in, adem uit*

Maar Novy, dat hoef je toch niet allemaal alléén te doen? Waar is je man, je grote steun en toeverlaat? 

Mijn man? Die zit in een f*%^@^*ing GLAZEN HUIS!!

Ja, nee, niet in hét Glazen Huis, in Enschede, maar in het Half Glazen Huis. In Zwolle. Op het binnenplein van het Deltion college.
Dat heeft ie bedacht, die Henk van mij. En hij kreeg de halve school mee. En het wordt er volgens mij minstens zo leuk als in het 'echte' huis. Er komen een heleboel artiesten, er zijn jingles en dj’s, er zijn eiwitshakes om de sterke trek te stillen, het is alleen niet live op de radio. (Maar wél op de televisie! Voor wie TV Zwolle kan ontvangen. Of kanaal 42 van Ziggo. En op internet natuurlijk: Hier.)

In theorie kunt u hem ook in het echt gaan zien, mijn man. Achter glas.
Doe hem dan even de groeten.
En zeg maar tegen hem dat ik heus zelf ook wel had willen komen, maar dat ik echt geen tijd heb.



vrijdag 14 december 2012

A whale called Johannes

Ik kreeg vanochtend een telefoontje van de buurman van mijn moeder. Ze was gevallen. Niet buiten, waar het ijzelde, maar gewoon in haar eigen halletje. Ze struikelde over de drempel, viel met haar hoofd op het kastje en met haar heup op de grond. De laatste bleek gebroken.

Toen ik arriveerde was de ambulance ook net ter plaatse en de mannen in gele jasjes waren bezig een plan de campagne te maken. Want hoe krijg je een mens, dat overduidelijk stuk is en absoluut niet kan opstaan, de trap af en een ambulance in?
Ik stond erbij en keek ernaar.
Het was me nogal een operatie.
Het deed me ergens aan denken, maar ik wist zo snel niet aan wat.
Toen ze – eenmaal in het ziekenhuis – van de brancard door de lucht op een bed werd getakeld (the flying patient) werd de associatie duidelijker.
De grijns om mijn mond verraadde me.
‘Nee,’ riep de broeder me vermanend toe, ‘we gaan nu geen grapjes maken over de bultrug.’
‘Jíj zei het,’ riep ik. ‘Ik zei niets!’

U begrijpt het al, het was hilariteit alom.
En tegelijkertijd natuurlijk helemaal niet leuk.
Nja. Wordt vast nog vervolgd.


Over naar de bultrug. Heel Nederland is in de ban van de bultrug.
En voordat ik hier nu van alles ga roepen zal ik even duidelijk maken: ik heb er géén verstand van.
Ik weet niks van walvissen. Behalve dat ze groot zijn en plankton eten. (En het schijnt dat een bultrug nou juist weer net géén plankton eet, maar liever tonijn, dus ik bedoel maar.)
Goed.
De meest voor de hand liggende gedachte is simpel: ‘Die walvis (wal-vis haha) moet terug naar zee, want hier op het strand gaat hij dood. We moeten hem redden, voor het te laat is!’
Deze gedachtengang is evenwel puur gebaseerd op de aanname dat hij per ongeluk op die zandbank is beland.
Dat hij een beetje aan het suffen was en per abuis bij de veertiende golf linksaf ging.
Dat kan natuurlijk. Denk ik.
Maar stel nou – want dat las ik ergens – dat hij zich expres heeft laten aanspoelen? Omdat hij ziek was en voelde dat hij ging sterven en walvissen er niet van houden om te verdrinken?
In dit licht bekeken is het juist weer heel gemeen om hem naar zee te slepen!

Hoe dan ook, de reddingsactie is niet gelukt. Misschien omdat het te moeilijk was, misschien omdat 'we' het niet graag genoeg wilden, wie zal het zeggen, maar hij gaat dus dood.
En het is meteen zo véél hè, wat dan dood gaat. Daarom heeft het zo'n impact.

Maar waar ik het eigenlijk over wil hebben is het volgende.
Gisteren, heette de bultrug nog gewoon bultrug. (Bultrug aangespoeld bij Texel. Bultrug op Razende Bol leeft nog. Reddingspoging Bultrug niet geslaagd.)
Maar vandaag kopte de Volkskrant ineens: Bultrug Johannes niet meer te redden.

Bultrug Johannes?
Johannes?
Heet ie zo? Heeft ie dat gezegd? Zo van: ‘Hee. Echt cool, mensen, dat jullie me proberen te redden. Zwaar ben ik he? En ik heet trouwens Johannes.’
Ik heb geen verstand van walvissen, ik zei het al, maar dat ze niet kunnen praten, zoveel weet ik dan nog net.
Dus wie? Wie heeft de bultrug een naam gegeven?
En waarom in de godsnaam Johánnes?
Jemig. Zul je zien dat vanavond iedereen massaal op Johannes gaat stemmen, uit piëteit voor een stervende walvis!

Pff.

(Ik vind dat die bultrug gewoon Sandra had moeten heten. Maar wie ben ik.)


maandag 10 december 2012

Update

Bron: klik
Ik begrijp het al: u wás natuurlijk helemaal niet in paniek! Natuurlijk niet! Want u, de gemiddelde lezer van novylooptover, bent natuurlijk een weldenkend mens met een grote portie gezond verstand en u gelooft natuurlijk helemaal niet aan rare theorieën die het einde van de wereld voorspellen!
Nee zeg, u heeft wel iets beters te doen.

Net als ik. Man, man, wat heb ik beters te doen!
Tijd voor een update.
For starters: ik werk niet meer in de tweedehandskledingwinkel.
Dat was een jaartje hartstikke leuk, maar het was het toch niet helemaal. Ik voelde het eigenlijk al een tijdje aankomen en toen deed de kosmos ineens van Boem! en Knal! en joeg mij weer op het rechte pad.
Dank je, kosmos!
Want hoewel ik er heus hartstikke goed in was, in dat kleding verkopen, het was natuurlijk niet datgene waarvoor ik in de wieg ben gelegd heb gestudeerd.
Ik verdien mijn geld weer gewoon met schrijven. Want/en ik heb zomaar leuke nieuwe kanalen aangeboord! (Of eigenlijk hebben nieuwe kanalen mij aangeboord, maar dat is een te lang verhaal.)
Hoe dan ook: ik deal weer met deadlines. Good old deadlines.
En ik worstel met ingewikkelde artikelen.

Ik ben weer thuis.



zondag 9 december 2012

Geen paniek

NASA: "For any claims of disaster or dramatic changes in 2012, where is the science? Where is the evidence? There is none, and for all the fictional assertions, whether they are made in books, movies, documentaries or over the Internet, we cannot change that simple fact. There is no credible evidence for any of the assertions made in support of unusual events taking place in December 2012."

Dus. Geen paniek.

Gewoon even leuk een filmpje kijken.




(Bekentenis: Ik krijg dus altijd zo’n heimwee van Hair! Naar de sixties. Want ik was daar ook, in een broek met wijde pijpen en een bikinibovenstukje met kraaltjes en met LSD onder mijn tong.) 

zondag 2 december 2012

TEDxAmsterdam

Het zal u niet verrassen als ik zeg dat mijn kijk op de wereld over het algemeen een vrij pessimistische is. Ik vind het eerlijk gezegd maar één grote baggerbende, allemaal.
De toename van geweld.
De onverdraagzaamheid.
Dat alles, alles maar om geld draait.
De nare dingen die we met dieren doen.
De bio-industrie.
Afschuwelijke oorlogen.
Domme mensen die denken te moeten doden uit naam van de een of andere god.
De bomenkap in het regenwoud.
De zeeën die we vervuilen.
De lucht die we vervuilen.
Het immense afvalprobleem.
De ongelijkheid en de absurde tegenstellingen.
Baby’s die massaal sterven, terwijl er tegelijkertijd mensen bezig zijn een gouden trapleuning in hun 30 meter lange zeiljacht te monteren.
En iedereen krijgt maar kanker!
En het wordt allemaal alleen maar erger. Want er komen steeds meer mensen. We stevenen regelrecht af op de hel.

En dan ineens weer het onthutsende besef: Op deze 'verkankerde kolerewereld', die overduidelijk zijn beste tijd heeft gehad, heb ik drie kinderen gezet! Huuuuuuh!

Echt, er is minder voor nodig om me te laten hyperventileren.

Ik heb trouwens een zekere correlatie ontdekt: hoe somberder ik ben over de toestand in de wereld, hoe meer ik ga zitten lezen op nujij. (U weet wel, de lezersreacties bij nu.nl.)
Om mezelf nog verder te pesten, dat is. Het is een vorm van zelfmutulatie. Of –kastijding in elk geval. Lezen op nujij is namelijk het áller, állerdemotiverendste wat een weldenkend mens zichzelf kan aandoen. Echt. Het is duizend maal erger dan Geen Stijl.

(Resumerend gedichtje:)
Ik was dus somber en las veel op nujij.
Maar als de nood het hoogst is is de redding nabij.

Ik mocht afgelopen vrijdag naar TEDxAmsterdam.
Misschien kent u ze wel, de TED (Technology, Entertainment and Design)- talks. De inspirerende ‘lezingen’ van maximaal 18 minuten, over uiteenlopende onderwerpen. Van persoonlijke verhalen over levensveranderende gebeurtenissen, tot bijzondere technische innovaties en de mooiste nieuwe ideeën. (Niet voor niets is de ondertitel van TED: Ideas worth spreading.)

Ik ben bekend geraakt met TED via het weblog van Djuna, een grote TED-fan en inmiddels zelf spreker geweest op Tedxyouth in Delft. Zo zag ik via haar al een aantal keer dit filmpje. En als u dan toch bezig bent: deze is mijn favoriet. (Ik kan u echt aanraden het filmpje helemaal te kijken. Het is écht hilarisch. Schrijnend-hilarisch dan. En enorm ontroerend. Wat een prachtig mens.)

Goed, ik mocht er dus naartoe, naar TEDxAmsterdam. In de schouwburg. En ik moet het er toch echt even bijzeggen, dat is niet zomaar wat. Er melden zich gemiddeld 7000 mensen aan, en slechts 700 krijgen een uitnodiging.
Je zou dus kunnen zeggen dat je er niet binnen komt, tenzij daar een verdomd goede reden voor is.
Mijn verdomd goede reden had te maken met iemand die vond dat ik er naartoe moest. Iemand die kan toveren,  I might add. (En ik zeg altijd maar zo: 'When life hands you presents, don’t ask questions, just fucking rip the paper off.' Ofzoiets.)

Het was waanzinnig. Ik vond het waanzinnig. Ik wil erover vertellen, maar twee dagen later weet ik nog steeds niet zo goed hoe. Er gebeurde zoveel! Zowel om mij heen, als vanbinnen. Het eerste dat ik zag was de dansact die ik op youtube al zo prachtig vond (maar nu dus live!), er waren ideeën die me totaal de adem benamen (zoals het idee om op een goedkope en simpele manier ijs te maken, door water met behulp van een ballon naar 5 kilometer hoogte te laten stijgen en dan weer naar beneden te halen), er was een verrassingsact van Hans Klok (en zijn haar stond stil, want er was geen blower), ik weet nu dat ik niet naar de hemel ga en ook niet naar de hel, maar gewoon naar diespace, kunstenares Tinkebel vertelde, terwijl buiten een actiecomité stond te flyeren, dat alle vreselijke dingen die ze volgens google met diertjes doet NOT TRUE zijn, ik was onder de indruk van Valentijn de Hingh, ik had bijna dezelfde kleren aan als Katja Schuurman en sprak daarover met haar, ik lachte me slap om de manier waarop deze man het Ikea-effect uitlegde, werd geraakt door Sabrina Starke en...nouja, ik viel van de ene verbazing in de andere emotie.

Ik was er maar stil van. Van het gevoel deel uit te maken van iets wezenlijks.
Ik was trots dat ik me een dagje mocht omringen met deze mensen. Met mensen die niet denken: Nouja, laat maar zitten dan. Wat kan ik er nou aan doen. Maar die vanuit de puinhopen met positieve, creatieve oplossingen komen. Mensen die met heel hun hart geloven dat het anders kan. En dat het heus nog niet te laat is.
Ik moest af en toe bijna een beetje huilen.
Van schaamte over mijn eigen passiviteit.
En mijn negativiteit.
En mijn focus op de lelijke dingen. (Moge mijn haar vlam vatten als ik ooit nog de nujij knop indruk!)


Ik ben geïnspireerd, geloof ik.


Meer zien? Klik

woensdag 28 november 2012

Drie kinderen, drie Sinterklazen

Bron: klik
U weet het natuurlijk al, het is niet mijn favo-feest, dat Sinterklaasding.
Maar vandaag sloeg echt alles!
Bo moest vanmiddag optreden met haar circusgroep bij het Sinterklaasfeest van RO/EZ, ergens op het industrieterrein. Maar precies tegelijkertijd moest Merlijn voor Sinterklaas saxofoon spelen, op de muziekschool!
En net terwijl ik aan het piekeren was over hoe ik een en ander straks moest gaan uitleggen aan kind nummer drie, stapte de Sint ook nog eens doodleuk háár balletles binnen.
Nouja!
Ik kan het allemaal maar nauwelijks handelen.
De stress, mensen. Het gedoe!
(Zo waren we gisteren toch bijna voor de tweede keer vergeten wat in die schoenen te doen! En er was nog wel zo mooi bij gezongen!) 
De kinderen zelf hebben overigens nergens last van, die liggen lekker te slapen, als een Dieuwertje.

En dit stomme grapje maakte ik eigenlijk alleen maar om een bruggetje te maken naar een ander stom grapje: Sanne Walvis de Vries.
Ja, haha. Sanne Walvis de Vries. Dat schoot me gisteravond ineens te binnen, toen ik bijna in slaap viel. En ik was meteen weer klaarwakker; ik kwam niet meer bij van mijn eigen leukigheid. Het bed schudde ervan. Gelukkig lag mijn telefoon helemaal ver weg op de kast, anders had ik het nog onmiddellijk getwitterd ook. En vanmorgen vond ik het eigenlijk helemaal niet meer leuk, omdat
A. Sanne Wallis de Vries niet per se op een walvis lijkt,
B. De naamspeling waarschijnlijk al veel vaker is gemaakt (hoewel google zegt van niet) en
C. Sanne het zelf waarschijnlijk helemaal niet kan waarderen, om redenen van A en B.

Maar nou ontdekte ik dus net, dat ik het nú ineens wél weer leuk vind (vermoeiend mens, hoor, ik) en niet misstaan tussen Julio in z’n Regenjas, Nana Mascara, Barbara Drijfzand en Yolanthe Kabaal van Glasscherven. Helpt u me eens? Is het wat? Sanne Walvis de Vries?

Edit 1 december: Het is dat ik mezelf ten strengste heb verboden om blogposts achteraf te verwijderen (eens gezegd blijft gezegd!), anders had ik het in dit geval gedaan denk ik. Want pff, wat een non-verhaal. Wat een verspilling van internetruimte. Excuus. 

donderdag 22 november 2012

Felix Baumgartner en ik


Heeft u pas ook die documentaire gezien over die man, die een parachutesprong maakte, vanaf 'de rand van de atmosfeer' op 39 kilometer hoogte?
Ik had het al gezien op het Jeugdjournaal en dacht toen alleen maar: Oh. Das best hoog. Nou, mooi. Mooi dat het is gelukt.

Maar toen zag ik dus later die documentaire, en toen besefte ik pas wat een toestand het eigenlijk allemaal was. Met vijf jaar voorbereiding. Nou was het natuurlijk een Amerikaanse documentaire, dus lekker dramatisch aangedikt enzo, maar toch: jemig, het is best nog een dingetje hoor, van zo hoog. Want daar is namelijk bijna geen luchtdruk en zonder speciaal pak zwel je dus onmiddellijk op tot twee keer zo groot en begint het bloed uit je porieën te lekken. (En willen we dat niet allemaal?)

Maar ja, zo’n drukpak zit natuurlijk helemaal niet lekker, je kunt je nauwelijks bewegen en niet sturen met je lichaam dus het voelt alsof je als een postpakketje naar beneden flikkert. En je kunt het zo moeilijk oefenen hè, dus alles moet van tevoren goed zijn voorbereid. (Vijf jaar!)
En toen het dan eindelijk ging gebeuren werd het nog even heel spannend, want toen leek de verwarming van zijn helm kapot (en dat lieten ze stiekem niet zien in de live uitzending!), maar het kwam toch goed en hij landde veilig op de grond. (Zo, ik dacht effe snel, dan weet u de documentaire ook.)

Ik heb ook eens parachutegesprongen. Geparachutespringt. Onee. Want hoe was het ook weer? Even resumeren. 
Een sterk werkwoord wordt zwak in een samenstelling als: 
1. het eerste deel een zelfstandig naamwoord is (Parachute, check) 
2. dit zelfstandig naamwoord in de vierde naamval staat. (Nee: je springt niet de parachute, je sprint mét de parachute, dat is de derde naamval.) 

Ik was zeventien en wilde iets leuks doen in de zomervakantie. Iets spannends. Iets wat mijn klasgenoten niet deden.
‘Ga op zeilkamp,’ stelden mijn ouders voor. En ik zei: ‘Nee zeg, dát is suf,’ omdat ik nou eenmaal alles suf vond wat mijn ouders voorstelden.
(Nu denk ik: misschien was zeilkamp best leuk geweest. Daar heb je ook nog wat aan in je latere leven. Maar goed.)

Ik ging naar het vvv-kantoor, om wat ideeën op te doen en mijn oog viel onmiddellijk op een brochure.
Kom parachutespringen op Texel.
Briljánt!
En het was niet eens zo duur! Nee, dat viel best mee!
600 gulden voor een hele week.
Dus ik toog met het goede nieuws naar mijn ouders. Die eerst groen werden en toen geel en uiteindelijk besloten met: ‘Als je het dat dan perse wil, moet je het maar zelf betalen.’
Dus ik ging sparen.
Er was trouwens ook een cursus van 1300 gulden, maar daar besteedde ik verder geen aandacht aan, want zoveel geld zou ik natuurlijk nooit bij elkaar krijgen.

Ik bleek het enige meisje in de groep, met 24 jongens.
En er werd meewarig naar me gekeken. Of ik wel wist dat springen met ‘deze ouderwetse ronde’ parachutes best moeilijk was? En meer iets voor stevige knapen?

In de andere groep, de 1300 gulden-groep, zaten wél meer meisjes, zag ik. Zij gingen springen met moderne parachutes, de zogenaamde matrassen, waarmee je kunt sturen en afremmen vlak voor de grond, zodat je op je voetjes kunt landen.

Onze parachutes zorgden ervoor dat je weliswaar zachter landt dan zónder parachute, maar nog steeds zo hard als bij een sprong van drie à vier meter hoogte. Dat is zo ongeveer vanaf de bovenkant van het muurtje van je balkon op de eerste verdieping.
Of van boven uit het klimrek dat de parachuteschool speciaal voor ons had laten bouwen om te oefenen.
En verder kregen we eerste dagen alleen theorie. Heel veel theorie, tot het me duizelde. Van wanneer en hoe je de noodparachute trekt en over de wind (vooral veel over de wind!) en over hoe je de parachute moet draaien (aan één kant zit een soort luchtgat) om gebruik te maken van die wind.
Ook oefenden we hoe we uit het vliegtuig moesten springen. Met een houten oefenvliegtuig zonder vleugels.

We sprongen van 600 meter, waarbij vanzelf de parachute opengaat. (De zak waar ie in zit blijft dan achter aan een touw waarmee je in eerste instantie aan het vliegtuig vastzit.)
En daar was iets leuks bij: Je gaat in zeventallen het vliegtuigje in, en iedereen moet er in omgekeerde volgorde weer uit, omdat de touwen op die wijze over elkaar zitten. Dus de regel was: Als je het vliegtuig ín ging, dan ging je er uit ook. Durfde je toch ineens niet, boven, dan werd je zonder pardon geduwd. Want anders kon de volgende ook niet.
Haha.
Ik wist eigenlijk helemaal niet of ik zou durven, maar stapte toch maar gewoon het vliegtuigje in, want daar was ik tenslotte voor gekomen. (Ik ging als zesde. Zodat ik er als tweede uit zou moeten.)
Maar oeh! Toen ging ineens de deur open, hoog in de lucht.
Wat een lawaai! Wat een wind! Afschuwelijk! En je ziet de aarde beneden. Groene weilanden, heel ver in de diepte. Zo eng!
De eerste sprong eruit en toen was ik aan de beurt en ik volgde als onder hypnose de commando’s van de leraar op, die we met het houten vliegtuig op de grond zo vaak hadden gerepeteerd.
‘Naar voren schuiven! Benen over de rand! Camera kijken!* Ready? Go!’
En ik ging.
Ik deed het gewoon. Hoppa.
En toen viel ik naar beneden.
En ik weet nog dat ik daar héél erg van schrok.
Want het is natuurlijk logisch als je erover nadenkt, maar ik had het toch niet zo verwacht.
Ik had gedacht, blijkbaar, dat het toch een beetje meer zou voelen als zwéven, zo lekker op de lucht.

Nou, nee dus.
Als een kanonskogel viel ik op mijn buik naar beneden. In drie seconden, 200 meter.
En toen ging ik plotseling weer omhoog!
Nouja, zo voelde het toen de parachute openging.
En toen was ineens alles stil. Muisstil.
En ik was ópgelucht, man. Ik viel niet meer!
Meteen na de opluchting herinnerde ik me wat ik moest doen en ik greep boven mijn hoofd de touwen, waarbij ik per ongeluk vast kwam te zitten met mijn vinger in een ringetje. Muurvast. Haha. Maar het kon me niks schelen! Want ik viel niet meer.
Ik zou beneden waarschijnlijk mijn vinger breken, maar wat maakte het uit! Ik viel niet meer.


En toen was het eigenlijk net als met de helm van Felix Baumgartner: alles kwam goed. Ik kreeg ineens toch mijn vinger los en de landing verliep ook gladjes (fragiele meisjes van zeventien kunnen dat heus ook) en ik was een half uur totaal uitzinnig.
En daarna sloeg het weer om en bleef het de rest van de week stormen en regenen en konden er geen sprongen meer worden gemaakt. De overige sprongen benodigd voor het brevet konden uiteraard later worden ingehaald, maar daarvoor heb ik nooit meer de moed kunnen opbrengen.

Want waar heb je nou ook eigenlijk een parachutespringbrevet voor nodig.


*

Kick me when I’m down

Bron: klik
Wist u het al? Het is nationale ‘stamp Novy in de grond’ - week.
Geen idee wat er aan de hand is, maar ik werd wakker in een vreemde wereld.
Ik zit in een verkeerde dimensie. In een verkeerde vibe.
Het lijkt wel of ze daar boven, in de kosmos, de vaas met karma hebben laten vallen en alles maar wat lukraak hebben teruggepropt. Met alle gevolgen van dien.

Zo hoorde ik zondagavond bijvoorbeeld dat ik ‘ontslagen’ ben bij een magazine.
Een half jaar geleden al.
Maar dat wist ik dus nog niet.
Want niemand had de moeite genomen me daarvan op de hoogte te stellen.
Haha. (Ja, ik vond al wel dat ik wat weinig opdrachten van ze kreeg de laatste tijd, maar ik dacht: tsja, recessie hè. Zal wel heel slecht gaan met het tijdschrift.)
Haha.
Hahahaha.
Ik probeerde er krampachtig de humor van in te zien. Hahahahahaha. Hoe verschrikkelijk onbelángrijk ben je dan, als het nog teveel werk is om even in een mailtje te zetten dat men na vier jaar niet meer van je diensten gebruik wil maken omdat ze de eerste alinea van je laatste artikel (na meer dan vijftig prima artikelen) hadden moeten herschrijven en daar not amused over waren.
Hahaha. Haha.
Ja. Lachen man.
Maar intussen stroomden de tranen me over de wangen.
Want ik mag dan wel altijd doen alsof ik een olifantenhuid heb, ik ben maar een schaapje in wolfskleren. Als mensen oneerlijk of onterecht bot tegen me zijn, dan flikker ik zo om. Bam. Lig ik in mijn nette pak, diploma’s en mijn cheques op zak, mijn polis en mijn woordenschat. Wiehoei.

(En nu zit ik dus met alle macht te bedenken hoe ik bovenstaande zo kan draaien dat het tóch reclame wordt voor mijn tekstbureau. Ehm..... Haha.)



Gisteren kreeg ik potdorie wéér (en erger) te maken met niet-lieve mensen die niet-lieve dingen deden.
Is het een gevalletje: ‘When it rains, it pours’? Of ligt er een minder willekeurig patroon aan ten grondslag? Ik weet het even niet. Hoe dan ook, het is duidelijk ‘stamp Novy in de grond’ - week.
Dus als u ook even wil, grijp uw kans: ik ben een makkelijke prooi.

Maar volgende week niet meer hoor, dan ben ik weer van gewapend beton en zult u slechts uw tenen op me breken.

zaterdag 17 november 2012

ejpmlif

Dit is een fantastisch prachtig filmpje.
Maar wel opletten, want je kunt hem eigenlijk maar één keer bekijken.




Oja. En deze zagen we ook nog, vandaag:



maandag 12 november 2012

Webwiki weet het

Ik kwam vandaag mijn weblog tegen op webwiki, met de omschrijving:
'De website novylooptover.blogspot.com gaat over de onderwerpen: Novy, Blog, Loopt en Novylooptover. Novylooptover.blogspot.com is enigszins bekend en staat voor Novy loopt over.'

Nou, geen speld tussen te krijgen eigenlijk. Ik reken het goed.

Over de vergelijkbare websites moest ik even wat langer nadenken, maar ik denk dat ik het nu snap.

Mijn blog houdt precies het midden tussen de Volkskrant en p.isk.ut.nl.






Mee naar Hedon

Nou, dat gaat weer lekker met die belofte, hè?
Geen filmpje te zien hier.
Nee.
Maar het komt hoor!
Echt.
Sooner or later.

Ik begreep trouwens dat u liever had gezien dat ik had verteld hoe het nou afgelopen was met dat Hawaii-ticket enzo.
Nou, daar kan ik nog niet zoveel over zeggen, eigenlijk. Alleen dat het allemaal wat ingewikkeld(er) ligt. Ik leg het kort uit. Mijn halfzusje woont op Hawaii zonder paspoort. Dat zit haar al jaren dwars en nu besloot ze dus dat ze daar maar eens wat aan wilde doen. (Snap ik: na zoveel jaar op zo’n eiland wil je er wel eens af. Of in elk geval de wetenschap hebben dat het kán.)
Dus ze heeft een aanvraag ingediend bij de immigratiedienst, met de risico’s van dien. Want misschien zeggen ze: ‘Ja hoor, meisje, je woont hier al zolang, je hebt een man en een kind, hier heb je een paspoort.’ Maar misschien zeggen ze ook wel: ‘Wat? Jij vuile illegaal, het land uit! Nu meteen!’ Of: ‘Het land uit! Je mag pas weer (tijdelijk) terugkomen na een half jaar, met een nieuw visum!’
We weten het niet.
Het zou dus zomaar kunnen dat ze er niet is, in april.
Maar het zou ook gewoon kunnen dat ze er wel is.
Afwachten. Ik ga er voorlopig maar vanuit dat het allemaal wel goed komt.
En zo niet, dan vind ik dat ik met dit verhaal best een beroep kan doen op mijn annuleringsverzekering. Toch? En als het allemaal niet lukt, dan organiseert u vast wel een inzamelingsactie voor mij, of een sponsorloop ofzo.
(Toch?)

Wordt vervolgd, hoe dan ook.


Vandaag stapten we een dagje in het leven van Henk.
Wij leiden nogal gescheiden levens, zo doordeweeks: ik doe het hier in Groningen, Henk doet het in Zwolle. En hoewel hij de afstand dagelijks overbrugt, lijkt die 100 kilometer voor mij onoverkomelijk; in de acht jaar dat hij er werkt ben ik welgeteld één keer meegegaan.
Zijn collega’s en leerlingen zien mij nooit. Ik ben de mysterieuze vrouw van.
En andersom, voor mij bestaat zijn werkomgeving uit een heleboel namen zonder gezichten.
En ook al heb ik een behoorlijk goed beeld van wat hij allemaal doet (letterlijk, want zijn werk gaat gepaard met veel beeldmateriaal), ik zie hem nooit in levende lijve aan het werk.
Maar vandaag gingen we mee, Bo, Merlijn en ik.
Naar Cortonville, in Hedon, waar een crew van Henk aan het werk was met beeld- en geluidsopnames.

Cortonville is een project van Eric Corton. En die vind ik leuk, Eric Corton.
En hij schudde me de hand!
En Spike, die was er ook.
Mijn zoon troggelde hem een handtekening af.



En Eric Corton, die troggelde mijn zoon vervolgens weer een halve zak patat af.
Zo gaat dat.
Ik vond het allemaal maar mooi.

De bandjes, die vond ik allemaal nogal ehm...hard.
Ik begrijp sinds vandaag het nut van oordopjes.
Eerst kwamen The Paceshifters (leuk), daarna The Van Jets (geen idee, want ik stond buiten) toen Drive like Maria (FANTASTISCH!) en als laatste (de naam zegt het al) The Deaf. Haha, wat een mafkees, die Spike.

Nuwel, trusten.





zaterdag 10 november 2012

Koffie

De echt oplettende lezer zou aan mijn blogfrequentie mijn menstruatiecyclus kunnen aflezen.
Schrijf ik:
- regelmatig wat gezellige logjes: opbouw oestrogeen
- veel (3, 4 logjes per week): ovulatie en toename progesteron
- woestige, wrange of dramatische logjes: PMS
- een week lang niets: ongesteld.

Goed. Inmiddels borrelt het weer. Ik wil over vanalles tegelijk schrijven. Over Obama, die goddank won van die enge Romney (hoewel ik eigenlijk niet weet wat ik daar verder over zou kunnen schrijven want ik heb natuurlijk helemaal geen verstand van politiek) en over Tim Ribberink – u weet wel, de jongen van die rouwadvertentie. Ik vind daar een heleboel van namelijk. Maar omdat zowel pesten als zelfmoord nogal sterke gevoelens bij me boven brengt en ik niet weet hoe ik erover moet schrijven zonder superpersoonlijk te worden – en das persoonlijker dan wat ik met dit weblog voor ogen heb – zou ik alleen maar wat wouwelen over de verschrikkelijke opmaak van de advertentie (die foto! Dat lettertype! Mén!) en dat zou dan weer niet aardig zijn. (Hoewel, het kan onhandiger.)
De fantastische manier waarop de juf van Merlijn, naar aanleiding van het bericht, de impact van pesten inzichtelijk heeft gemaakt in de klas, bewaar ik liever voor mijn volgende onderwijscolumn.

Dus wou ik maar gaan vertellen over ons nieuwe espresso-apparaat.
Dat we trouwens al hebben sinds juli van dit jaar, maar waar ik nog iedere dag gelukkig van word. 

Maar ik heb ineens een beter idee!
Ik ga een filmpje maken, morgenochtend, waarin ik de werking demonstreer.
Een filmpje zegt namelijk meer dan duizend woorden.

Morgen.
Demonstreert Novy de Presso.
(O nee, vandaag! Want het is al morgen zie ik.)



donderdag 1 november 2012

Column

Er is weer wat nieuws.
Vorig jaar is de school van mijn kinderen overgegaan op het continurooster. Daarbij zijn de schooldagen niet verdeeld in een ochtend- en een middagprogramma, maar gaan ze in één ruk door, onderbroken door een tweetal korte pauzes.
Een uitkomst voor warhoofdige moeders zoals ik. Nooit meer hoef ik te bedenken welke dag het vandaag is en hoe laat ze dan ook alweer uit school komen. Héérlijk. Naast alle sport- en speelafspraken en alle andere dingen die ik moet onthouden zijn de schooltijden tegenwoordig een constante factor in het leven: gewoon elke dag van 8:30 tot 14:00.
Ook op woensdag, dus.
En geen overblijf meer! Dat scheelt ons een hoop geld en de kinderen ergernis, want dat overblijven vonden ze maar niks, geloof ik. Nu eten ze om twaalf uur gewoon een broodje in het bijzijn van de eigen leerkracht, net zo makkelijk en veel minder onrustig. Ik vind het een uitkomst.
Maar daar gaat dit nu niet over.

Lees verder op Thuis in Onderwijs.

dinsdag 30 oktober 2012

You ain't gonna believe this

Vandaag valt er weer wat te lachen op dit weblog, mensen!
Het is echt hi-ha-hilarisch!
Als u van leedvermaak houdt, tenminste.

Weet u nog dat ik een ticket naar Hawaii kocht?

 Ja, dat weet u vast nog wel. Dat was gisteren, immers.

Ik hoef dan ook niet meer te vertellen dat ik het nogal een dingetje was, voor mij. Want zóveel geld uitgeven, geld dat we de komende maanden eigenlijk helemaal niet kunnen missen, dat gaat me niet in de koude kleren zitten. Maar ik had het gedáán. En ik was trots op mijn doortastendheid.

Vanmorgen werd ik wakker en pakte mijn iPhone.
Er was een mailtje van mijn zusje.
Ik dacht nog: wat toevallig! Want ik heb haar nog helemaal niet verteld dat ik een ticket heb! Heeft ze misschien mijn blog gelezen?

En toen las ik de eerste regel.

Wacht nog even met een ticket boeken, want rond mijn verjaardag ben ik waarschijnlijk in Portugal!

Het was alsof al het bloed uit me wegtrok.
Alle energie stroomde hop, dwars door het bed, zo de vloerbedekking in.
In Pórtugal?
Maar.. maar...dat kán helemaal niet!
Mijn zusje mag namelijk al tien jaar de VS niet verlaten! (Iets met de immigration service. En met geen paspoort ofzo. Ik weet het niet precies.) Dat was nou al die tijd het hele eiereten; dat zij niet naar hier kon komen!
En en en....we hadden toch een afspraak! We zouden naar haar toegaan, rond haar verjaardag! Want ja, niet alleen ik, maar ook haar moeder (niet mijn moeder; we zijn halfzusjes) met haar partner. Die een huis zouden huren, waar we dan met z’n allen in konden. (Ja, het klonk wel allemaal heel avontuurlijk enzo, mijn Grote Reis, maar ik zou gewoon in een gespreid bedje terechtkomen, hoor. Dat kan ik nu wel vertellen.)

In januari zouden we gezamenlijk de vliegtickets gaan kopen. Maar omdat ik, koopjesjager die ik ben, had ontdekt dat vroegboeken meer dan duizend euro kon schelen, besloot ik gisteren om eigenwijs alvast mijn ticket te kopen.
Binnen is binnen, dacht ik.

Maar hardlopers zijn doodlopers.
Vele eersten zullen de laatsten zijn.
Here is the thing:
In april ga ik naar Hawaii.
Terwijl mijn zusje in Portugal is.
En als mijn zusje in Portugal is, dan gaan haar moeder en haar partner waarschijnlijk ook naar Portugal! Wat zeg ik, ze blijven gewoon in Portugal, want daar wonen ze namelijk.
Dus dan huren ze vast geen huis op Hawaii.
Bovendien.....als mijn zusje in Portugal is, dan wil ik óók naar Portugal. Portugal is dan wel geen Hawaii maar ook heel mooi zeggen ze en veel minder ver weg en veel goedkoper en en en.... dan zou ik zelfs mijn hele gezin kunnen meenemen!
Als ik niet al een ticket naar Hawaii had betaald.

Neeeeee! Mailde ik terug. Ik heb net een ticket ge-boehoe-kt!!

En daarna belde ik maar eens met de annuleringsverzekering.
‘Hallo, zei ik. Kijk het zit zo: Ik heb dus een reis geboekt, maar misschien ga ik toch niet, want ik heb misschien geen onderdak want de mensen bij wie ik zou logeren zijn er misschien niet.’
‘Zijn ze ziek of dood?’
‘Ehm. Nou, dat hoop ik niet, nee, ze zijn misschien in Portugal.’
‘Nee, dat is geen geldige annuleringsreden.’
‘Ik was er al bang voor.’

Dus wat nu?
Wat te doen?
Een vliegticket is niet overdraagbaar, dus op Marktplaats zetten heeft geen zin.

Gewoon drie keer dapper slikken en de financiële strop voor lief nemen?

Of..... toch naar Hawaii gaan? Er een bizar project van maken? In haar schoolbus onder de grapefruitboom gaan wonen en drie weken haar leven overnemen? Haar vrienden en buren leren kennen, in haar habitat verblijven en er een fantastisch verhaal over schrijven?
Het lijkt op dit moment de beste oplossing. Nouja, de spannendste.

Pfff.
Stiekem hoop ik dat het toch allemaal nog niet lukt met die immigrations service.
En realiseer me tegelijkertijd wat een egoïstische gedachte dat is.


(Als u nu denkt: wat een ongeloofwaardigheden allemaal! Hoe kan het nou dat alles zo langs elkaar heen loopt? Dat komt omdat de communicatie met de betrokkenen heel moeizaam verloopt. Mijn zusje heeft geen telefoon en kan maar sporadisch online zijn (geen idee wanneer ik bijvoorbeeld antwoord op mijn paniekmail kan verwachten) en haar moeder spreek ik alleen als ze soms even in Nederland is; in Portugal kan ik haar niet bereiken want ik vergat steeds het mobiele nummer te vragen. Haha. Ja. LMFAO.)

maandag 29 oktober 2012

Waaah!

Mijn sterrenbeeld is tweelingen; om beslissingen te maken moet ik mijzelf regelmatig voor het blok zetten. Zo beloofde ik mijn zusje in een email op haar negenendertigste verjaardag, dat ik voor ze veertig zou worden bij haar op bezoek zou zijn geweest.
En beloftes, daar hou ik me bij voorkeur aan.
En daarbij, ik wil het zelf ook heel graag! Al jaren!
Maar niet alleen.

Ik schreef hier al meermalen over. In 2009, in 2011 en in januari van dit jaar.

Maar aangezien 'alleen gaan' eigenlijk de enige logische oplossing is en ik heel pragmatisch ben ingesteld, begon ik het zo eens wat serieus te overwegen en werd het in mijn hoofd een steeds beter plan! (Niet in het minst mogelijk gemaakt door vrienden die met hun hele gezin in ons huis komen wonen en voor onze kinderen zullen zorgen tijdens de werktijden van Henk. Zul je maar hebben, zulke vrienden.)

Dus.
Vandaag.
Kocht ik mijn ticket.
Waaah!



 (Ik reis pas in april, hoor. Wacht nog maar even met me een behouden vaart wensen.)

zondag 28 oktober 2012

Wandeling in Westerbork

Bo is momenteel nogal bezig met de Tweede Wereldoorlog. Ze vraagt haar oma de oren van het hoofd, wilde pas met ons een film over Anne Frank kijken en er staan allemaal oorlogsboeken op haar verlanglijstje voor Sinterklaas.

Opmerkelijk eigenlijk, want die Tweede Wereldoorlog boeide mij als kind nauwelijks.
Met Anne Frank had ik ook niks. Het was allemaal zó lang geleden, die oorlog!
Misschien kwam dat door mijn ouders, die de verschrikkingen zelf hadden meegemaakt maar daar niet meer zoveel aan wilden denken en daarom deden alsof het al heel lang geleden was; in elk geval niet iets heel belangrijks.
Zou kunnen.
Tegenwoordig zie ik het allemaal veel scherper. Het is verdorie nog helemáál niet zo lang geleden: ongelofelijk dat er zoiets heeft kunnen gebeuren. Dat we al die miljoenen mensen hebben laten vernietigen.

In het kader van de opvoedkundig uitjes en om het nuttige met het aangename te verenigen, gingen we vandaag naar het Voormalig Kamp Westerbork.
Dat was indrukwekkend, maar vooral heel fijn.Want hoewel ik me heus realiseerde waar ik me bevond en wat hier had plaatsgevonden, was het voornamelijk een heerlijke herfstwandeling in prachtig herstweer.
En liet ik Henk wat foto’s maken.
Want ik vond dat er een nieuwe herfstige foto bij mijn column moest.

Herfst in Westerbork.



We luisterden naar een verhaal uit een paal:



En Merlijn maakt ook nog een foto:

woensdag 24 oktober 2012

Mijn zoon de life hacker

Ik ben de laatste tijd een beetje fan van die analoge life hacks, u weet wel, de onconventionele toepassingen van simpele hulpmiddelen om alledaagse probleempjes op te lossen.
Die zwerven zo wat over facebook.
Heel geestig. Ik roep steeds enthousiast uit: 'Nah. Wat hándig! Je moet er maar opkomen!'
En verder moet ik vooral lachen om de morsigheid van de foto’s.

Het is niet zo dat ik de tips opvolg, hoor. Er zitten geen opengeknipte wc-rollen om mijn pakpapier en ik heb geen schoenenzak aan de binnenkant van de kastdeur gehangen voor de schoonmaakmiddelen. Maar dat het kán hè? En als ik ooit nog eens een emmer moet vullen die niet onder de kraan past dan weet ik hoe het moet. Ha!






Merlijn bewees gisteren dat hij ook een ware life hacker is. Hij bedacht een reserverollenhouder voor in de wc, boven.
Die hadden we daar namelijk niet.

Tadaa:




(En nu voel ik onmiddellijk de aandrang om te vertellen dat het in ons benedentoilet wél gezellig is, met schilderijen en foto’s enzo en met een fleurige reserverollenhouder van Kitsch Kitchen; rood, met bloemetjes.)

Maar briljant, hè?
Ten eerste: het ding heeft het perfecte model en valt niet om. Ten tweede: zo’n plopper, wanneer gebruik je die nou? Bijna iedereen heeft er een en die staat ofwel in de weg in het keukenkastje, ofwel is kwijt, ergens in de schuur.
Zet hem in de wc als rollenhouder en je slaat deze twee vliegen in één klap: hij staat niet meer nutteloos in de weg en mocht je hem onverhoopt eens nodig hebben in z'n oorspronkelijke functie, dan weet je hem altijd meteen te vinden!

dinsdag 23 oktober 2012

501: Naar het museum

We gingen naar het Groninger Museum.
Want het is herfstvakantie en er waren twee exposities die we wilden zien.
Ten eerste die van Yin Xiuzhen.
Als je eenmaal weet hoe je het moet uitspreken – Merlijn heeft het nog even nagevraagd bij een suppoost – dan blijft het aan je tong kleven. Jin Sjoetsjèn. Jin Sjoetsjèn.
Jin Sjoetsjèn maakt kunstwerken van aan elkaar genaaide tweedehandskleding.
Nou hou ik toevallig heel erg van tweedehandskleding en vond het dan ook hartstikke mooi.
Hoewel ik mevrouw Xiuzhen er stiekem een beetje van verdenk dat ze het gewoon heel leuk vindt om oude kleren aan elkaar te naaien. En dat ze er dan later, om het kunst te laten zijn, een verhaal bij verzint. Zo ligt er bijvoorbeeld een prachtige cirkel van aan elkaar genaaide sjaals. Echt waanzinnig; je zou bijna zin krijgen om thuis ook sjaals aan elkaar te gaan naaien. Maar dan lees je het bordje en dan staat er dat het gaat over de één-kindpolitiek in China; de sjaals symboliseren de verstikkende warmte die de kinderen krijgen van hun ouders. En dan denk ik: Hm. Okee. Jaja.
Maar waarschijnlijk doe ik haar nu enorm tekort en is het maar goed dat ze vast geen Nederlands kan lezen.
Echt cool is de bus, trouwens. Een mini-van die heel lang is uitgerekt door middel van een harmonica van stroken aan elkaar genaaide kleding.
En je mocht er nog in ook!
Terwijl de kinderen de bus op en neer liepen, nam ik plaats voorin, op de bestuurdersstoel. Waar me een emotie overviel die waarschijnlijk niet bedoeld was door de kunstenares. Het busje rook namelijk ontzettend naar vakantie. Naar ‘op reis’. Een oude geur uit een ver, vreemd land. Er lag vuil en zand op de bodem, uit een ver, vreemd land. En eventjes waande ik me in China.





De andere expositie die we zagen was van Marc Bijl. Diep-zwarte installaties, waar het pek en de teer vanaf druipt. Dramatische graffititeksten op de muur. Hard en donker. 




Hee kijk, daar heb je ons kunstwerk ook. Wat een prachtig drieluik, hè?




En Bo vermaakte zich gelukkig ook goed.




maandag 22 oktober 2012

Jubileum

Ik had zo bedacht om deze 500ste blogpost te vieren met een kleine expositie.
It’s my party, tenslotte. En het past ook prima in de navelstaarderige periode waarin ik me bevind.

Het viel nog helemaal niet mee, trouwens! Zo moest ik eerst alle 499 logjes opnieuw lezen en daarna een selectie maken – met als criterium 'of ik er vandaag om moest lachen of door vertederd raakte'. (Een momentopname, aldus.)
Er kwam een hoop kill your darlings bij kijken. Sommige titels moest ik met pijn in mijn hart uitsluiten. Zoals De condooms in de fonduepan. (Gelukkig kunt u in sommige verhaaltjes doorklikken. En komt u misschien toch nog Gesodemijter tegen. En Jurgen van den Berg.)

Maar dit is ‘m dus geworden. Novy’s persoonlijke top 10, zonder volgorde:

1. Het hopjesvla-mysterie
2. Statcounteren
3. Nors en Saus
4. Het mooiste lelijke lampje van de wereld
5. Olympisch kotsvangen
6. Size does matter
7. Ook de kerstgedachte heeft een houdbaarheidstermijn
8. De tandenfee, dat ben ik
9. Sommige dingen moet je aan den lijve ondervinden
10. Producten die in de handel zijn maar nooit door mij worden aangeschaft/ Producten die ik nooit aanschaf maar desondanks in de handel zijn        

En als u nou denkt: ja, dahag, ik ga niet al die links aanklikken om die ouwe meuk te lezen, dat begrijp ik hoor. Weet dan in elk geval dat ik plezier heb beleefd aan het inrichten van de expositie.

zondag 21 oktober 2012

Z.V.O.

If it ain’t on facebook it ain’t true, daarom schreef ik afgelopen week niets over de rats waar we een beetje in zaten.
Loïs had iets geks.
Het begon ermee dat het leek alsof ze geprikt was, door een mug, onder haar oog. Een heel klein muggenprikje. Maar in tegenstelling tot wat gewoonlijk gebeurt – ze is nogal allergisch – ontstond er geen bult.
De dagen daarna bleef de plek wat rood. Haar gezicht leek een beetje vlekkerig, aan de ene kant.
Op zondagochtend, vorige week, was het ineens heviger. Niet alleen was het duidelijk rood onder haar oog, maar daarbij liep er een afgebakende rode streep, over haar wang naar haar kaak. Recht naar een gezwollen klier in haar hals.
Vreemd, niet?
Ze had geen pijn, of jeuk, en geen koorts. Nergens last van.
Wat nu? Moesten we de weekenddoktersdienst bellen? Een bevriende huisarts raadplegen? Of nog maar even aanzien – geen pijn tenslotte, geen koorts – en gewoon haar de verjaardag van oma gaan? Twijfelend met de telefoon in mijn hand besloot ik tot het laatste.
En ’s middags was het weg. Niets meer te zien.
Maar op woensdagochtend was de streep ineens heel duidelijk terug en belde ik onmiddellijk om half negen in totale paniek nu toch een beetje bezorgd met de dokter. Die, later in de spreekkamer, meteen over de ziekte van Lyme begon.

Natuurlijk had ik zelf ook al wat gegoogled en gelezen dat Lyme zich soms niet in de vorm van een kring, maar als een rode streep manifesteert. Maar dat negeerde ik, want het leek me redelijk onmogelijk dat mijn kind een teek onder haar oog had gehad, zonder dat ik dat had gezien.
En daarna negeerde ik nog harder dit bericht.

De dokter wilde voor de zekerheid toch een zware anitbioticakuur voorschrijven, die naast andere mogelijk schuldige bacterieën tevens de Borrelia, die Lyme veroorzaakt, zou doden. (Althans, volgens de Nederlandse richtlijnen. Over de effectiviteit van deze Nederlandse dosering zijn de meningen verdeeld.)
En ik dacht even: Bah, moet dat nou? Zware antibiotica in dat kleine meisje? Is dat niet hartstikke slecht voor haar darmen? Zijn de doctoren niet gewoon de slaven van de pharmaceutische industrie? Zou het niet vanzelf ook overgaan?

Maar zeg eens drie keer achter elkaar: bacterie in gezichtje - bacterie in gezichtje - bacterie in gezichtje, dat klinkt dan ineens zo eng, dan denk je alleen maar: Kill! Kill!
Dus die avond gingen we onmiddellijk van start met de medicatie.
De volgende dag was het op z'n allerergst: haar wang was helemaal warm en glimmend (nog steeds niet pijnlijk, gek genoeg). Wat waarschijnlijk betekende dat de kuur aansloeg. Vond ik. Hoopte ik.
En het was zo!
Want daarna werd het elke dag minder vurig.
En nu is het weg.
Zucht. Van. Opluchting.





vrijdag 19 oktober 2012

Waar ik Universiteit zei moet zijn diploma's. Denk ik. Stop.

Het gebeurt heel vaak dat ik ’s avonds, in bed, op de grens van waken en slapen, in een soort van brainwave terechtkom. Dan ontspinnen zich ineens allerlei theorieën in mijn hoofd. En soms hè, dan heb ik zo’n goeie golf te pakken! Woeeh! Met een waterdicht verhaal, geen speld tussen te krijgen!
‘Dit moet ik onthouden,’ murmel ik dan nog zo wat tegen mezelf en ik val in slaap.

Meestal blijkt het de volgende morgen een theorie van niks. Maar soms heb ik iets dat het ochtendlicht enigszins verdraagt. Zoals een paar dagen geleden, toen ik hier vol bravoure riep dat ik het einde van de Universiteit ging bewijzen. Wat wellicht een tikje ijdel was. En voorbarig bovendien. Want misschien was het allemaal toch niet zo waterdicht.
Maar goed, ik zal u mijn oprisping uit de doeken doen, u vraagt er tenslotte – terecht – naar.
Komt ie.

Dat met dat Internet hè, dat is me wat. Dat gaat nog voor zoveel veranderingen zorgen, ik vraag me soms af of we dat wel echt in de gaten hebben, met z’n allen. Neem bijvoorbeeld het huidige onderwijssysteem, gericht op diploma’s. Dat is leuk natuurlijk, zo’n diploma, want het is het bewijs dat je iets kan, en het wordt geaccepteerd als zodanig.
Maar nu, door het Internet, is het ineens heel makkelijk om op méér manieren te bewijzen dat je iets kan. Door het te vertellen en te laten zien. En door anderen (social media) het te laten vertellen en te laten zien.
Bedenkt daarbij dat de arbeidsmarkt verandert. Dingen moeten allemaal sneller en efficiënter. Er is een recessie aan de hand; er moet minder over de balk worden gesmeten, er moeten kortere klappen worden gemaakt, geen omwegen. Bam.
Stel, je hebt als manager een klus die geklaard moet worden. Zo goed en zo snel mogelijk, want er moet geld verdiend worden.
Dan wil je dus de beste persoon voor die klus.
Als je op het Internet heel snel het bewijs kunt vinden dat een bepaalde persoon waarschijnlijk als geen ander kan uitvoeren wat jij wilt, dan zal het je een zorg zijn of er doctorandus voor zijn naam staat.
In dit licht bekeken zullen diploma’s een stuk minder waard worden.
En zullen opleidingsinstituten in een heel andere sfeer terechtkomen; het worden plekken waar je kennis kunt opdoen, technieken kunt leren. Omdat je dat zelf wíl, om er straks je geld mee te kunnen verdienen. En niet omdat het nou eenmaal moet om een papiertje te bemachtigen.
Dat papiertje is namelijk niet het doel van de opleiding, het is alleen maar een bewijs dat je iets kan. En dat, kun je (steeds beter en makkelijker) ook op andere manieren bewijzen.

Nja. Dat was het zo’n beetje. (Welnee joh, de Universiteit verdwijnt heus niet.)

Saai verhaal, al met al. Ik had ook eigenlijk liever willen schrijven over ganzen, die in V-formatie naar het zuiden vliegen. En over waarom ik daar altijd zo van moet huilen.
Maar ja.
Misschien doe ik dat dan de volgende keer.
(Misschien hè, zeg ik. Ik beloof niets meer. Ik kijk wel uit.)

woensdag 17 oktober 2012

And it felt great

45 reacties – okee, met een paar dubbele ertussen – ik scháám me bijna!
Ik dacht vandaag een paar keer: Wat laat je je weer in de kaart kijken, Novy! Zo’n smeekbede om reacties, is dat nou nodig? Daar moet je toch boven staan!

Maar toch is het fijn. Om te weten dat u daar bent, aan de andere kant van mijn scherm.

Tegen de ‘Ik blog puur voor mezelf en voor mijn kinderen’-mensen zou ik willen zeggen: Koop een dagboek. Of maak een mooi worddocument. Maar val ons er dan niet mee lastig, hè.
Het is namelijk onzin. Bloggen is performance.
Als Lady Gaga (ja, sorry, haha, ik vergelijk mezelf graag met Lady Gaga) het puur voor zichzelf zou doen, zou ze wel alleen in de badkamer zingen. Maar dat doet ze niet, ze staat voor volle zalen. Met mensen die applaudisseren.
Ik voelde me de laatste tijd als Lady Gaga die achter een metersdikke muur stond op te treden.
Aan mijn statcounter kon ik zien dat het met de kaartverkoop prima ging, maar ik kon het applaus niet horen.

Vandaag brak ik eigenhandig de muur af.
And it felt great.

Maar laten we afspreken dat u nu niet elke dag krampachtig gaat reageren.
Met uw grote vingers op het kleine smartphoneschermpje.
Ik zou me maar ongemakkelijk voelen.


Mijn volgende logje zal overigens de titel dragen: De terugkeer van haha - een capitulatie

dinsdag 16 oktober 2012

Durf te vragen

Dit weblog bestaat over zeven weken vier jaar en bestaat uit bijna 500 bijdragen.
(Misschien moet ik het zo proberen te regelen dat de 500ste stukkie straks precies op de verjaardag valt. Dubbel feest.) 

500 logjes in vier jaar, dat is gemiddeld 125 per jaar, 0,34 per dag. Best aardig, toch?

Maar daar wil ik het nu niet over hebben.
Er is me iets opgevallen namelijk.
Een jaar geleden reageerde u nog massaal als ik iets had geschreven. 25, 30, 40 reacties per blogpost was niet ongewoon. En dat is leuk, daardoejenetocheenbeetjevoor; zo’n blog is natuurlijk ook maar een roep om aandacht.
Maar de klad zit er een beetje in.

En het is niet eens het Hortensiasyndroom waaraan ik lijd, het kan me niets schelen of u misschien wél reageert op de prachtig bloeiende hortensia (kan dat, in de herfst?) van een willekeurige andere blogger, nee, ik vraag me gewoon af of u het nog een beetje leuk vindt hier.
Of dat ik een beetje voor de kat z’n viool zit te schrijven.


Misschien maak ik me zorgen om niks, is reageren op een weblog gewoon zó 2011!
Maar aan de andere kant, misschien is een weblog zélf ook wel gewoon zó 2011! en moet ik me eindelijk maar eens echt gaan bekwamen in het bloggen in 140 tekens om mijn ei kwijt te kunnen op twitter.


Iemand die er verstand van heeft zei laatst tegen me: ‘Als je iets nodig hebt, moet je er gewoon om vragen.’
Dus. Bij deze.
Vindt u het nog leuk?

maandag 15 oktober 2012

Een gezellig onderwerp en even over Tanja

We gaan allemaal een keer dood.
Ik ook.
Dat heb ik redelijk geaccepteerd, geloof ik. Het is nu eenmaal zo, hè.
Veel meer dan dat ik moeite heb met dit gegeven an sich, vind ik het griezelig dat ik niet weet HOE ik dood ga.
Heeft u dat nou ook?
Ik kan daar echt van wakker liggen.
Misschien kom ik wel onder een bus, morgen. Of krijg ik volgend jaar plotseling een hersenbloeding midden in de Albert Heijn. Misschien val ik op mijn zesenzestigste in een ravijn tijdens een bergwandeling, of zak ik in elkaar tijdens een hardloopwedstrijd. Of ik bezwijk in 2038 aan een salmonellavergiftiging. Of drie jaar eerder al, aan de complicaties van een blindedarmoperatie. Het zou ook kunnen dat ik op mijn eenennegentigste sterf van ouderdom, in mijn eigen bed, met een glimlach op mijn lippen. Maar wie weet ben ik dan al lang van het Hilton gesprongen. Je weet het niet.
Ik weet het niet. Het kan een darmperforatie zijn waaraan ik doodga, of een slangenbeet. Ik kan verzuipen in de Noordzee, of in de Middellandse zee, of verongelukken op de A28.
Grootste kans dat ik overlijd aan een slopende hart-en/of-vaatziekte of aan kanker, natuurlijk. Dat laatste ligt in mijn geval zelfs enigszins voor de hand – ik rook namelijk al tweederde van mijn leven (hoe stom kun je zijn) – dus misschien moest ik me maar alvast voorbereiden op een langzame pijnlijke dood. Dat wordt me immers ook dagelijks aangeraden door de boodschappen op de pakjes.
Maar hee, nee, dát slaapt lekker.

Geen idee waar dit ineens vandaan komt, trouwens. Ik had het namelijk willen hebben over Tanja Nijmeijer. Misschien dat ik u, en mezelf, via een omweg, probeer te vertellen dat ik wil stoppen met roken? Zou zomaar kunnen.


Nou goed, toch nog even over Tanja Nijmeijer dan.
Misschien totaal ten onrechte, maar alles aan Tanja Nijmeijer intrigeert me enorm.
(Alleen al dat ze er na tien jaar in de jungle nog steeds zo fris en fruitig uitziet.)
We deden dezelfde studie, ik 7 jaar eerder. Aan dezelfde Universiteit, in hetzelfde gebouwen, met dezelfde professoren. En bijna was ik net als Tanja naar Zuid-Amerika gegaan. Ik had een stage geregeld in Venezuela. Maar omdat het me een paar maanden voor ik zou vertrekken ineens werd afgeraden wegens de instabiele politieke situatie ging ik niet.
Maar stel nou dat ik daar wel was terechtgekomen, of in Colombia, en ik kwam in aanraking met dezelfde mensen, had ik dan ook een Tanja Nijmeijer kunnen worden?
Waarom sluit een meisje van vierentwintig zich aan bij een gewelddadige guerillabeweging, die vecht voor een zaak waar zij, vanuit haar achtergrond totaal geen banden mee heeft? Was ze verliefd? Boos? Is ze dom? Vond ze het gewoon wel spannend? Werd ze gedwongen? Wist ze waar ze aan begon? Vecht ze (inmiddels?) echt vanuit idealen, voor de goede zaak, waarin ze écht gelooft? Is de strijd zo belangrijk dat alle middelen zijn geoorloofd? Begrijpen wij er gewoon met z’n allen geen zak van? Mist ze haar moeder? Huilt ze zichzelf in slaap soms, of heeft ze geen gevoel (meer)? Wil ze niet af en toe gewoon lekker in bad en in een schoon bed? Een jurkje met bloemen aan? Zou ze me keihard uitlachen als ze dit las? Is ze (inmiddels?) echt gemeen en gevaarlijk?
Dat bedoel ik: Intrigerend.
Perdóname.

dinsdag 9 oktober 2012

In duizend stukjes

Ik heb duidelijk te vroeg gepiekt, met mijn logje over 50 Shades of Grey.
Want het gaat maar door en door en het wordt steeds gekker.
Je hoort iemand roepen: ‘Wie heeft hem gelezen, meiden?’ en hop, daar gaan die handjes.
It’s a friggin’ virus!
Vrouwen zijn tegenwoordig grofweg in te delen in twee groepen: zij die het boek hebben gelezen en zij die er lacherig over doen. Ik vermaak me nog steeds (ik lees het wel stiekem, straks, als de hype voorbij is) enorm in de laatste groep.
Zo kwam ik er deze hilarische – in een half uur geschreven - verkorte versie voor mannen tegen, en werd ik gewezen op het volgende filmpje, waar ik erg hard om moest lachen (want hoe corny ook, het is zo precies de spijker op zijn kop!)




Gisteren, trouwens, ving ik het verhelderendste gesprek op tot nu toe, over het boek.
Ik ben echt weer wat wijzer geworden.
Want kijk, we hadden al het blozen (zij), het ondoorgrondelijk kijken (hij) en de rode oortjes (jij) en daar is nu het volgende bijgekomen:
Zij valt elke keer, als hij haar weer eens naar grote hoogtes heeft gestuwd, in duizend stukjes uit elkaar.
In duizend stukjes.
Now we’re talking.
In duizend stukjes uiteenvallen, mén.
Willen we dat niet allemaal?
Drie, vier keer per dag?
Houdt u mij te goede, mensen, ik heb het maar van horen zeggen, misschien begrijp ik het wel weer helemaal verkeerd. In mijn vorige blogpost hierover maakte ik tenslotte ook een kapitale blunder door te veronderstellen dat de mannelijke hoofdpersoon een autoritaire man op leeftijd zou zijn, met grijzende slapen en zo’n, nouja zo’n oudere-mannengeur om het lijf, maar dat is dus kolder: hij is, zoals u mij duidelijk maakte in uw reacties, pas 28.
Dat schiep ineens een heel ander beeld, ja. (En ik kon met terugwerkende kracht het nu.nl/achterklap-bericht beter plaatsen, het bericht dat ik destijds in verwarring maar negeerde, over J.ustin B.ieb.er als mogelijke hoofdpersoon voor de verfilming van 50 Shades of Grey. Ik snap het nog steeds niet echt, want J.ustin B.ieb.er is toch amper 18?)

O, damn. Heb ik het nu over J.ustin B.ieb.er?
Nog even en dit blog valt ook in duizend stukjes uit elkaar. Klaar nu, met die grijstinten.
Ik stop op het hoogtepunt.

En de volgende keer schrijf ik een verhaal waarin ik het einde van de Universiteit voorspel. Met een theorie waar geen speld tussen is te krijgen. Gaat inslaan als een bom. Moet haast wel.

donderdag 4 oktober 2012

Het onverbiddelijke einde van haha

Even hoor.
Ik las net nog een keer mijn eigen logje, van gisteren.
En ineens viel het me op. Ik schreef wel drie keer ‘haha’.
Blijkbaar vind ik dat nodig.
Het is nog erger; het liefst zou ik zelfs smileys gebruiken. Gelukkig weet ik niet hoe dat moet in Blogger want anders zou dit weblog eruitzien als de gemiddelde hyveskrabbel van mijn dochter.

Het moest maar eens afgelopen zijn. Met dat haha. Want het is waarlijk toch een zwaktebod, zo’n regieaanwijzing.
Zo zat ik wat voor me uit te peinzen, daarbij de volgende literaire hiërarchie hanterend:
Boodschappenbriefje – sms – blog – column – literatuur

Ja, nee, nou niet meteen allemaal door elkaar gaan roepen, het is geen indeling naar kwaliteit (misschien schrijft u wel zeer hoogstaand literaire smsjes) maar een indeling naar ‘noodzaak van esthetiek.’ Of, omgekeerd, een indeling naar ‘geaccepteerdheid van haha.’
Volgt u me nog?
Ik leg het uit.
Kijk, het staat misschien een beetje raar, ‘haha’ op een boodschappenbriefje, maar het mág wel.
Je mag best op je boodschappenbriefje schrijven:
Mandarijnen
Paprikachips
Spaghetti
Gehakt 500 gr.
Bloemkool, haha.
Wat je daar dan ook mee bedoelt.

Ook in een sms misstaat haha (of een smiley) niet.
Denk je nog even aan de boodschappen? En vergeet de bloemkool niet haha/smiley.
Echt, dat kan prima. Wordt ook veel gedaan volgens mij.
Maar haha in een blog? Dubieus.
In een column kan het niet, vind ik. Geen haha in een column. Of alleen in uitzonderlijke gevallen.
En in literatuur, duh: túúrlijk niet.
Dus ja.

Vandaag, met u als getuige, doe ik - om het een beetje classy te houden hier op dit blog - officieel afstand van haha.

Misschien dat er af en toe nog een gheghe doorheenglipt.
Of een ‘grinnik’.
Hihi.

dinsdag 2 oktober 2012

Voorleesseizoen van start

Hoewel het hier de afgelopen week best wel heftig was en rock 'n roll enzo, volgt hier toch een wat huismutserig logje. (Huismuts. Haha.) Over voorlezen. Wat natuurlijk in wezen ook heel rock 'n roll is.
Ik ben u alweer kwijt denk ik, hè? Want wat loopt dat mens toch weer te bazelen, over rock 'n roll?
Nouja.
Voorlezen dus.
Ik hou enórm van voorlezen.
Voorlezen is moederschap in haar meest ontspannen vorm.
Echt. Je kroost zit om je heen verzameld op het bed, echtgenoot valt (mits hij al thuis is) in slaap aan het voeteneind. Niemand zeurt of maakt ruzie, niemand staat op zijn kop of gooit de pot pindakaas op de plavuizen. Het zijn je kinderen zoals je ze aan het eind van een dag zo graag ziet: heerlijk rustig en stil. In hun fris gewassen pyjamaatjes, zacht geurend naar tandpasta.
Mama leest voor.
Boeken, geen verhaaltjes. (Nog wel voor Loïs natuurlijk, maar dat is op andere momenten.)
Elke dag een hoofdstuk. Of een paar, afhankelijk van de lengte en het tijdstip. Zo zijn we dan telkens een paar weken met een boek bezig. We lazen op deze manier al ontelbare boeken, waaronder De Reuzenperzik, de complete Dolfje Weerwolfje reeks, de Heksensteen, Karlsson van het dak, de Brief voor de Koning en de hele serie van De Vijf.
In de zomer komt er nooit zoveel van, maar nu de school weer echt is begonnen en er een soort van ritme is ontstaan, is het voorleesseizoen van start.
En we trapten af met: De Stam van de Holebeer. Van Jean Auel. Jean Wauwel.
Haha.
Kent u het? Het is het eerste boek van de romanserie over de ‘Aardkinderen’ waarin de cro-magnonmens en de neanderthalers elkaar ontmoeten. Over Ayla.
Ik las de eerste drie delen in mijn eerste jaar dat ik op kamers woonde. Omdat ze in de boekenkast van mijn huisgenoot stonden. In het Engels. En ik vond dat intrigerend; dat zij Engelstalige boeken las. Dus toen ging ik ze ook lezen.
Ik las The Clan of the Cavebear en daarna The Mammoth Hunters toen ook nog The Valley of Horses. Vanaf The Plains of Passage kon ik het niet meer aan. Haha. Hórrible. Uiteindelijk verzandt alles in een soort prehistorische bouquetreeks.
(Nee, Novy, nu doe je haar toch waarlijk tekort, onze Jean. Want ze deed heel veel onderzoek! Ze bestudeerde boeken over de ijstijd en volgde een overlevingscursus. Ze leerde over jagen met primitieve middelen, over eetbare en geneeskrachtige planten en het bewerken van vuurstenen. En ze heeft in een echte ijsgrot gewoond! Toevallig!)
Afijn.
Het eerste deel staat hier in de kast – in het Nederlands – en op zoek naar een geschikt voorleesboek dacht ik ineens: misschien best leuk om die kinderen zich een beeld – in hoeverre dan ook reëel - te laten vormen over hoe het leven was héél-héél vroeger, toen de mens nog in eenzame roedels door de wildernis trok.


Maar dan krijg je dus dit.

'Brun leidde hen een flink eind voorbij het spoor van de holeleeuwen voordat hij bleef staan om het landschap te bestuderen. Aan de overzijde van de rivier strekte zich zover hij zien kon de steppe uit, in lage golvende heuvels die in de verte tot een vlakke groene zee werden. Niets belemmerde hem het uitzicht. De enkel onvolgroeide bomen, door de onafgebroken waaiende wind tot karikaturen van bevroren beweging misvormd, verleenden het open terrein alleen maar perspectief en benadrukten de leegte ervan. Dicht bij de horizon verried een stofwolk de aanwezigheid van een grote kudde hoefdieren en Brun wenste van ganser harte dat hij zijn jagers het sein kon geven erachteraan te gaan. Achter hem waren alleen de toppen van hoge coniferen te zien als achtergrond voor de kleinere loofbomen van het bos, die nu door de uitgestrektheid van de steppen als dwergen leken. Aan zijn zijde van de rivier hield de steppe abrupt op, afgegrendeld door de klif die nu op enige afstand van het water lag en zich er steeds verder van verwijderde. De steile rotswand ging verderop over in de uitlopers van de zich reeds dichtbij verheffende, majestueuze, met gletsjers gekroonde bergen; hun beijsde pieken lichtten in de stralen van de ondergaande zon op in felroze, herlderrode, violette en purperen tinten, als gigantische schitterende juwelen in de kroon van de koninklijk oprijzende toppen.' 

Haha.
Ze hangen aan mijn lippen.

woensdag 26 september 2012

50 grades of shey

50 shades of grey.
Vijftigtintengrijs.
Weet ik veel.
Ik heb het boek niet gelezen, ik kan er geen zinnig woord over zeggen.
Ik weet niet eens waar de titel op slaat. Waarschijnlijk op de grijzende slapen van de mannelijke hoofdpersoon? (Oh, hij héét Grey?) En wellicht is er ook nog een diepere betekenis? Heeft het iets te maken met het grijze gebied tussen liefde en macht? Of tussen erotiek en porno?
Ik zeg maar wat, hoor. Ik heb het boek niet gelezen immers; ik weet totaal niet waar ik het over heb. Ik weet niet eens hoe het eruit ziet.

Dit kon desondanks niet verhoeden dat ik vandaag in het zevende gesprek erover belandde. Echt, ik heb nog nooit zo veel gesproken over een boek dat ik niet heb gelezen en ook niet van plan ben te gaan lezen. (En niet eens uit principe hoor, gewoon omdat ik dan nog wel een paar andere boeken op mijn lijstje heb.)
Ik had het overigens makkelijk kunnen doen, in de tijd dat ik over het boek gepraat heb. En deel twee en drie erbij. Want tjonge, wat hébben we het erover met z'n allen.

Maar wat nou het gekke is, na al die gesprekken over het boek, begrijp ik het nog steeds niet.
What's the hype?
Ik krijg er geen hoogte van.
Waarom het zo'n bestseller is.
Er mengen zich altijd wel één of twee vrouwen in het gesprek die het hebben gelezen of erin bezig zijn, en die vraag ik dan: 'Vertél er eens iets over.'
En dan krijg je:
'Nou, ja, zij bloost veel, en hij kijkt maar steeds ondoorgrondelijk.'
Ah.
Ja.
Okee.
En: 'Nou kijk, het is net als vroeger, toen je de bouqettreeks van je moeder las en dan doorbladerde naar de rode oortjes-scènes. Nou, dit boek is zeg maar één lange rode oortjes-scène.'
(Dit laatste zei overigens dezelfde vriendin die me wijsmaakte dat het boek geschreven was door een man. Wat me dan wel weer intrigeerde; een boek over een enigszins uit de hand lopende seksuele relatie tussen een naïeve studente en een oudere, rijke, autoritaire man (zeg ik het goed?), dat dan is geschreven door een mannelijke schrijver en wordt verslonden door honderdduizenden vrouwen. Vond ik wel opvallend. Maar da is nie, hoor; E.L. James is gewoon een vrouw.)


Ik las eigenlijk nooit een bouquetreeks. (Dat klinkt gek hè; een bouquetreeks. En dat je dan één boekje bedoelt. Nja.)
Het is trouwens niet waar, ik las er wel ooit eentje.  De blauwe..... eh.... (De blauwe lelie? De blauwe dhalia? De blauwe jasmijn? Wat gek, ik dácht dus al die jaren dat ik de titel had onthouden, maar nu blijkt ineens dat ik de bloem niet weet.)
Een briljant verhaal over een rijk meisje dat tijdens haar vakantie in Egypte ontvoerd wordt door een nomadenprins op een zwart paard en mee wordt genomen diep de woestijn in en daar met hem moet trouwen. Hahaha. Heel geil geinig.
Maar verder geen bouquetreeks dus.
Wel las ik, toen ik elf was, Kort Amerikaans van Jan Wolkers en Het Jaar van de Kreeft van Hugo Claus. Stiekem, als mijn ouders niet thuis waren, op de grond bij de boekenkast. Met rode oortjes.

Goed. Ik brei er een eind aan. Aan deze non-recensie.
Ik zie dat Henk, hier naast me op de bank, wat ondoorgrondelijk kijkt.
Ik ga maar even zitten blozen.



dinsdag 18 september 2012

Maar iederéén in mijn klas mag dat!

Pff. Opvoeden is moeilijk. Daar was ik natuurlijk al voor gewaarschuwd door de mama-tijdschriften, maar omdat in die tijdschriften ook stond dat baby’s voor gebroken nachten zorgen en dat met de juiste oefeningen je buik heus zo weer plat is, dacht ik dat het met dat opvoeden ook wel mee zou vallen. Gewoon een beetje consequent zijn en je kroost met respect behandelen en je krijgt schátten van kinders.
Dat dacht ik.
En dat ging in het begin nog best aardig ook.
Maar ja, toen waren ze nog klein. En kon ik zinnetjes beginnend met ‘Ik wil’ nog ludiek pareren met: ‘Oh dus jij wil een ijsje? Nou, ik wil een zeilboot/tien miljoen op de bank/een huis op het strand en een gevlekt paard.’
Vinden ze niet meer grappig. Die tijd is voorbij.
Opvoeden is tegenwoordig vooral ‘nee’ zeggen.
Heel vaak ‘nee’ zeggen.

Lees verder op Thuis in Onderwijs. KLIK