woensdag 28 november 2012

Drie kinderen, drie Sinterklazen

Bron: klik
U weet het natuurlijk al, het is niet mijn favo-feest, dat Sinterklaasding.
Maar vandaag sloeg echt alles!
Bo moest vanmiddag optreden met haar circusgroep bij het Sinterklaasfeest van RO/EZ, ergens op het industrieterrein. Maar precies tegelijkertijd moest Merlijn voor Sinterklaas saxofoon spelen, op de muziekschool!
En net terwijl ik aan het piekeren was over hoe ik een en ander straks moest gaan uitleggen aan kind nummer drie, stapte de Sint ook nog eens doodleuk háár balletles binnen.
Nouja!
Ik kan het allemaal maar nauwelijks handelen.
De stress, mensen. Het gedoe!
(Zo waren we gisteren toch bijna voor de tweede keer vergeten wat in die schoenen te doen! En er was nog wel zo mooi bij gezongen!) 
De kinderen zelf hebben overigens nergens last van, die liggen lekker te slapen, als een Dieuwertje.

En dit stomme grapje maakte ik eigenlijk alleen maar om een bruggetje te maken naar een ander stom grapje: Sanne Walvis de Vries.
Ja, haha. Sanne Walvis de Vries. Dat schoot me gisteravond ineens te binnen, toen ik bijna in slaap viel. En ik was meteen weer klaarwakker; ik kwam niet meer bij van mijn eigen leukigheid. Het bed schudde ervan. Gelukkig lag mijn telefoon helemaal ver weg op de kast, anders had ik het nog onmiddellijk getwitterd ook. En vanmorgen vond ik het eigenlijk helemaal niet meer leuk, omdat
A. Sanne Wallis de Vries niet per se op een walvis lijkt,
B. De naamspeling waarschijnlijk al veel vaker is gemaakt (hoewel google zegt van niet) en
C. Sanne het zelf waarschijnlijk helemaal niet kan waarderen, om redenen van A en B.

Maar nou ontdekte ik dus net, dat ik het nú ineens wél weer leuk vind (vermoeiend mens, hoor, ik) en niet misstaan tussen Julio in z’n Regenjas, Nana Mascara, Barbara Drijfzand en Yolanthe Kabaal van Glasscherven. Helpt u me eens? Is het wat? Sanne Walvis de Vries?

Edit 1 december: Het is dat ik mezelf ten strengste heb verboden om blogposts achteraf te verwijderen (eens gezegd blijft gezegd!), anders had ik het in dit geval gedaan denk ik. Want pff, wat een non-verhaal. Wat een verspilling van internetruimte. Excuus. 

donderdag 22 november 2012

Felix Baumgartner en ik


Heeft u pas ook die documentaire gezien over die man, die een parachutesprong maakte, vanaf 'de rand van de atmosfeer' op 39 kilometer hoogte?
Ik had het al gezien op het Jeugdjournaal en dacht toen alleen maar: Oh. Das best hoog. Nou, mooi. Mooi dat het is gelukt.

Maar toen zag ik dus later die documentaire, en toen besefte ik pas wat een toestand het eigenlijk allemaal was. Met vijf jaar voorbereiding. Nou was het natuurlijk een Amerikaanse documentaire, dus lekker dramatisch aangedikt enzo, maar toch: jemig, het is best nog een dingetje hoor, van zo hoog. Want daar is namelijk bijna geen luchtdruk en zonder speciaal pak zwel je dus onmiddellijk op tot twee keer zo groot en begint het bloed uit je porieën te lekken. (En willen we dat niet allemaal?)

Maar ja, zo’n drukpak zit natuurlijk helemaal niet lekker, je kunt je nauwelijks bewegen en niet sturen met je lichaam dus het voelt alsof je als een postpakketje naar beneden flikkert. En je kunt het zo moeilijk oefenen hè, dus alles moet van tevoren goed zijn voorbereid. (Vijf jaar!)
En toen het dan eindelijk ging gebeuren werd het nog even heel spannend, want toen leek de verwarming van zijn helm kapot (en dat lieten ze stiekem niet zien in de live uitzending!), maar het kwam toch goed en hij landde veilig op de grond. (Zo, ik dacht effe snel, dan weet u de documentaire ook.)

Ik heb ook eens parachutegesprongen. Geparachutespringt. Onee. Want hoe was het ook weer? Even resumeren. 
Een sterk werkwoord wordt zwak in een samenstelling als: 
1. het eerste deel een zelfstandig naamwoord is (Parachute, check) 
2. dit zelfstandig naamwoord in de vierde naamval staat. (Nee: je springt niet de parachute, je sprint mét de parachute, dat is de derde naamval.) 

Ik was zeventien en wilde iets leuks doen in de zomervakantie. Iets spannends. Iets wat mijn klasgenoten niet deden.
‘Ga op zeilkamp,’ stelden mijn ouders voor. En ik zei: ‘Nee zeg, dát is suf,’ omdat ik nou eenmaal alles suf vond wat mijn ouders voorstelden.
(Nu denk ik: misschien was zeilkamp best leuk geweest. Daar heb je ook nog wat aan in je latere leven. Maar goed.)

Ik ging naar het vvv-kantoor, om wat ideeën op te doen en mijn oog viel onmiddellijk op een brochure.
Kom parachutespringen op Texel.
Briljánt!
En het was niet eens zo duur! Nee, dat viel best mee!
600 gulden voor een hele week.
Dus ik toog met het goede nieuws naar mijn ouders. Die eerst groen werden en toen geel en uiteindelijk besloten met: ‘Als je het dat dan perse wil, moet je het maar zelf betalen.’
Dus ik ging sparen.
Er was trouwens ook een cursus van 1300 gulden, maar daar besteedde ik verder geen aandacht aan, want zoveel geld zou ik natuurlijk nooit bij elkaar krijgen.

Ik bleek het enige meisje in de groep, met 24 jongens.
En er werd meewarig naar me gekeken. Of ik wel wist dat springen met ‘deze ouderwetse ronde’ parachutes best moeilijk was? En meer iets voor stevige knapen?

In de andere groep, de 1300 gulden-groep, zaten wél meer meisjes, zag ik. Zij gingen springen met moderne parachutes, de zogenaamde matrassen, waarmee je kunt sturen en afremmen vlak voor de grond, zodat je op je voetjes kunt landen.

Onze parachutes zorgden ervoor dat je weliswaar zachter landt dan zónder parachute, maar nog steeds zo hard als bij een sprong van drie à vier meter hoogte. Dat is zo ongeveer vanaf de bovenkant van het muurtje van je balkon op de eerste verdieping.
Of van boven uit het klimrek dat de parachuteschool speciaal voor ons had laten bouwen om te oefenen.
En verder kregen we eerste dagen alleen theorie. Heel veel theorie, tot het me duizelde. Van wanneer en hoe je de noodparachute trekt en over de wind (vooral veel over de wind!) en over hoe je de parachute moet draaien (aan één kant zit een soort luchtgat) om gebruik te maken van die wind.
Ook oefenden we hoe we uit het vliegtuig moesten springen. Met een houten oefenvliegtuig zonder vleugels.

We sprongen van 600 meter, waarbij vanzelf de parachute opengaat. (De zak waar ie in zit blijft dan achter aan een touw waarmee je in eerste instantie aan het vliegtuig vastzit.)
En daar was iets leuks bij: Je gaat in zeventallen het vliegtuigje in, en iedereen moet er in omgekeerde volgorde weer uit, omdat de touwen op die wijze over elkaar zitten. Dus de regel was: Als je het vliegtuig ín ging, dan ging je er uit ook. Durfde je toch ineens niet, boven, dan werd je zonder pardon geduwd. Want anders kon de volgende ook niet.
Haha.
Ik wist eigenlijk helemaal niet of ik zou durven, maar stapte toch maar gewoon het vliegtuigje in, want daar was ik tenslotte voor gekomen. (Ik ging als zesde. Zodat ik er als tweede uit zou moeten.)
Maar oeh! Toen ging ineens de deur open, hoog in de lucht.
Wat een lawaai! Wat een wind! Afschuwelijk! En je ziet de aarde beneden. Groene weilanden, heel ver in de diepte. Zo eng!
De eerste sprong eruit en toen was ik aan de beurt en ik volgde als onder hypnose de commando’s van de leraar op, die we met het houten vliegtuig op de grond zo vaak hadden gerepeteerd.
‘Naar voren schuiven! Benen over de rand! Camera kijken!* Ready? Go!’
En ik ging.
Ik deed het gewoon. Hoppa.
En toen viel ik naar beneden.
En ik weet nog dat ik daar héél erg van schrok.
Want het is natuurlijk logisch als je erover nadenkt, maar ik had het toch niet zo verwacht.
Ik had gedacht, blijkbaar, dat het toch een beetje meer zou voelen als zwéven, zo lekker op de lucht.

Nou, nee dus.
Als een kanonskogel viel ik op mijn buik naar beneden. In drie seconden, 200 meter.
En toen ging ik plotseling weer omhoog!
Nouja, zo voelde het toen de parachute openging.
En toen was ineens alles stil. Muisstil.
En ik was ópgelucht, man. Ik viel niet meer!
Meteen na de opluchting herinnerde ik me wat ik moest doen en ik greep boven mijn hoofd de touwen, waarbij ik per ongeluk vast kwam te zitten met mijn vinger in een ringetje. Muurvast. Haha. Maar het kon me niks schelen! Want ik viel niet meer.
Ik zou beneden waarschijnlijk mijn vinger breken, maar wat maakte het uit! Ik viel niet meer.


En toen was het eigenlijk net als met de helm van Felix Baumgartner: alles kwam goed. Ik kreeg ineens toch mijn vinger los en de landing verliep ook gladjes (fragiele meisjes van zeventien kunnen dat heus ook) en ik was een half uur totaal uitzinnig.
En daarna sloeg het weer om en bleef het de rest van de week stormen en regenen en konden er geen sprongen meer worden gemaakt. De overige sprongen benodigd voor het brevet konden uiteraard later worden ingehaald, maar daarvoor heb ik nooit meer de moed kunnen opbrengen.

Want waar heb je nou ook eigenlijk een parachutespringbrevet voor nodig.


*

Kick me when I’m down

Bron: klik
Wist u het al? Het is nationale ‘stamp Novy in de grond’ - week.
Geen idee wat er aan de hand is, maar ik werd wakker in een vreemde wereld.
Ik zit in een verkeerde dimensie. In een verkeerde vibe.
Het lijkt wel of ze daar boven, in de kosmos, de vaas met karma hebben laten vallen en alles maar wat lukraak hebben teruggepropt. Met alle gevolgen van dien.

Zo hoorde ik zondagavond bijvoorbeeld dat ik ‘ontslagen’ ben bij een magazine.
Een half jaar geleden al.
Maar dat wist ik dus nog niet.
Want niemand had de moeite genomen me daarvan op de hoogte te stellen.
Haha. (Ja, ik vond al wel dat ik wat weinig opdrachten van ze kreeg de laatste tijd, maar ik dacht: tsja, recessie hè. Zal wel heel slecht gaan met het tijdschrift.)
Haha.
Hahahaha.
Ik probeerde er krampachtig de humor van in te zien. Hahahahahaha. Hoe verschrikkelijk onbelángrijk ben je dan, als het nog teveel werk is om even in een mailtje te zetten dat men na vier jaar niet meer van je diensten gebruik wil maken omdat ze de eerste alinea van je laatste artikel (na meer dan vijftig prima artikelen) hadden moeten herschrijven en daar not amused over waren.
Hahaha. Haha.
Ja. Lachen man.
Maar intussen stroomden de tranen me over de wangen.
Want ik mag dan wel altijd doen alsof ik een olifantenhuid heb, ik ben maar een schaapje in wolfskleren. Als mensen oneerlijk of onterecht bot tegen me zijn, dan flikker ik zo om. Bam. Lig ik in mijn nette pak, diploma’s en mijn cheques op zak, mijn polis en mijn woordenschat. Wiehoei.

(En nu zit ik dus met alle macht te bedenken hoe ik bovenstaande zo kan draaien dat het tóch reclame wordt voor mijn tekstbureau. Ehm..... Haha.)



Gisteren kreeg ik potdorie wéér (en erger) te maken met niet-lieve mensen die niet-lieve dingen deden.
Is het een gevalletje: ‘When it rains, it pours’? Of ligt er een minder willekeurig patroon aan ten grondslag? Ik weet het even niet. Hoe dan ook, het is duidelijk ‘stamp Novy in de grond’ - week.
Dus als u ook even wil, grijp uw kans: ik ben een makkelijke prooi.

Maar volgende week niet meer hoor, dan ben ik weer van gewapend beton en zult u slechts uw tenen op me breken.

zaterdag 17 november 2012

ejpmlif

Dit is een fantastisch prachtig filmpje.
Maar wel opletten, want je kunt hem eigenlijk maar één keer bekijken.




Oja. En deze zagen we ook nog, vandaag:



maandag 12 november 2012

Webwiki weet het

Ik kwam vandaag mijn weblog tegen op webwiki, met de omschrijving:
'De website novylooptover.blogspot.com gaat over de onderwerpen: Novy, Blog, Loopt en Novylooptover. Novylooptover.blogspot.com is enigszins bekend en staat voor Novy loopt over.'

Nou, geen speld tussen te krijgen eigenlijk. Ik reken het goed.

Over de vergelijkbare websites moest ik even wat langer nadenken, maar ik denk dat ik het nu snap.

Mijn blog houdt precies het midden tussen de Volkskrant en p.isk.ut.nl.






Mee naar Hedon

Nou, dat gaat weer lekker met die belofte, hè?
Geen filmpje te zien hier.
Nee.
Maar het komt hoor!
Echt.
Sooner or later.

Ik begreep trouwens dat u liever had gezien dat ik had verteld hoe het nou afgelopen was met dat Hawaii-ticket enzo.
Nou, daar kan ik nog niet zoveel over zeggen, eigenlijk. Alleen dat het allemaal wat ingewikkeld(er) ligt. Ik leg het kort uit. Mijn halfzusje woont op Hawaii zonder paspoort. Dat zit haar al jaren dwars en nu besloot ze dus dat ze daar maar eens wat aan wilde doen. (Snap ik: na zoveel jaar op zo’n eiland wil je er wel eens af. Of in elk geval de wetenschap hebben dat het kán.)
Dus ze heeft een aanvraag ingediend bij de immigratiedienst, met de risico’s van dien. Want misschien zeggen ze: ‘Ja hoor, meisje, je woont hier al zolang, je hebt een man en een kind, hier heb je een paspoort.’ Maar misschien zeggen ze ook wel: ‘Wat? Jij vuile illegaal, het land uit! Nu meteen!’ Of: ‘Het land uit! Je mag pas weer (tijdelijk) terugkomen na een half jaar, met een nieuw visum!’
We weten het niet.
Het zou dus zomaar kunnen dat ze er niet is, in april.
Maar het zou ook gewoon kunnen dat ze er wel is.
Afwachten. Ik ga er voorlopig maar vanuit dat het allemaal wel goed komt.
En zo niet, dan vind ik dat ik met dit verhaal best een beroep kan doen op mijn annuleringsverzekering. Toch? En als het allemaal niet lukt, dan organiseert u vast wel een inzamelingsactie voor mij, of een sponsorloop ofzo.
(Toch?)

Wordt vervolgd, hoe dan ook.


Vandaag stapten we een dagje in het leven van Henk.
Wij leiden nogal gescheiden levens, zo doordeweeks: ik doe het hier in Groningen, Henk doet het in Zwolle. En hoewel hij de afstand dagelijks overbrugt, lijkt die 100 kilometer voor mij onoverkomelijk; in de acht jaar dat hij er werkt ben ik welgeteld één keer meegegaan.
Zijn collega’s en leerlingen zien mij nooit. Ik ben de mysterieuze vrouw van.
En andersom, voor mij bestaat zijn werkomgeving uit een heleboel namen zonder gezichten.
En ook al heb ik een behoorlijk goed beeld van wat hij allemaal doet (letterlijk, want zijn werk gaat gepaard met veel beeldmateriaal), ik zie hem nooit in levende lijve aan het werk.
Maar vandaag gingen we mee, Bo, Merlijn en ik.
Naar Cortonville, in Hedon, waar een crew van Henk aan het werk was met beeld- en geluidsopnames.

Cortonville is een project van Eric Corton. En die vind ik leuk, Eric Corton.
En hij schudde me de hand!
En Spike, die was er ook.
Mijn zoon troggelde hem een handtekening af.



En Eric Corton, die troggelde mijn zoon vervolgens weer een halve zak patat af.
Zo gaat dat.
Ik vond het allemaal maar mooi.

De bandjes, die vond ik allemaal nogal ehm...hard.
Ik begrijp sinds vandaag het nut van oordopjes.
Eerst kwamen The Paceshifters (leuk), daarna The Van Jets (geen idee, want ik stond buiten) toen Drive like Maria (FANTASTISCH!) en als laatste (de naam zegt het al) The Deaf. Haha, wat een mafkees, die Spike.

Nuwel, trusten.





zaterdag 10 november 2012

Koffie

De echt oplettende lezer zou aan mijn blogfrequentie mijn menstruatiecyclus kunnen aflezen.
Schrijf ik:
- regelmatig wat gezellige logjes: opbouw oestrogeen
- veel (3, 4 logjes per week): ovulatie en toename progesteron
- woestige, wrange of dramatische logjes: PMS
- een week lang niets: ongesteld.

Goed. Inmiddels borrelt het weer. Ik wil over vanalles tegelijk schrijven. Over Obama, die goddank won van die enge Romney (hoewel ik eigenlijk niet weet wat ik daar verder over zou kunnen schrijven want ik heb natuurlijk helemaal geen verstand van politiek) en over Tim Ribberink – u weet wel, de jongen van die rouwadvertentie. Ik vind daar een heleboel van namelijk. Maar omdat zowel pesten als zelfmoord nogal sterke gevoelens bij me boven brengt en ik niet weet hoe ik erover moet schrijven zonder superpersoonlijk te worden – en das persoonlijker dan wat ik met dit weblog voor ogen heb – zou ik alleen maar wat wouwelen over de verschrikkelijke opmaak van de advertentie (die foto! Dat lettertype! Mén!) en dat zou dan weer niet aardig zijn. (Hoewel, het kan onhandiger.)
De fantastische manier waarop de juf van Merlijn, naar aanleiding van het bericht, de impact van pesten inzichtelijk heeft gemaakt in de klas, bewaar ik liever voor mijn volgende onderwijscolumn.

Dus wou ik maar gaan vertellen over ons nieuwe espresso-apparaat.
Dat we trouwens al hebben sinds juli van dit jaar, maar waar ik nog iedere dag gelukkig van word. 

Maar ik heb ineens een beter idee!
Ik ga een filmpje maken, morgenochtend, waarin ik de werking demonstreer.
Een filmpje zegt namelijk meer dan duizend woorden.

Morgen.
Demonstreert Novy de Presso.
(O nee, vandaag! Want het is al morgen zie ik.)



donderdag 1 november 2012

Column

Er is weer wat nieuws.
Vorig jaar is de school van mijn kinderen overgegaan op het continurooster. Daarbij zijn de schooldagen niet verdeeld in een ochtend- en een middagprogramma, maar gaan ze in één ruk door, onderbroken door een tweetal korte pauzes.
Een uitkomst voor warhoofdige moeders zoals ik. Nooit meer hoef ik te bedenken welke dag het vandaag is en hoe laat ze dan ook alweer uit school komen. Héérlijk. Naast alle sport- en speelafspraken en alle andere dingen die ik moet onthouden zijn de schooltijden tegenwoordig een constante factor in het leven: gewoon elke dag van 8:30 tot 14:00.
Ook op woensdag, dus.
En geen overblijf meer! Dat scheelt ons een hoop geld en de kinderen ergernis, want dat overblijven vonden ze maar niks, geloof ik. Nu eten ze om twaalf uur gewoon een broodje in het bijzijn van de eigen leerkracht, net zo makkelijk en veel minder onrustig. Ik vind het een uitkomst.
Maar daar gaat dit nu niet over.

Lees verder op Thuis in Onderwijs.